Heet Werk

Arbo handreiking

Nog niet ingediend Deze inhoud is onderdeel van de Arbo handreiking, maar nog niet ingediend voor goedkeuring als onderdeel van de Arbocatalogus.

 

Inleiding

Binnenvaartschepen dienen in het bezit te zijn van certificaten om te mogen varen. Denk hierbij aan het Certificaat van Onderzoek en indien men gevaarlijke stoffen wil vervoeren het Certificaat van Goedkeuring met Klasse Certificaat. Voor het in stand houden van deze certificaten dienen de schepen voor certificaatvernieuwing in de meeste gevallen een werfbeurt te ondergaan. Diverse onderdelen / ruimten van een schip moeten worden geïnspecteerd en indien reparatie nodig is, zal er gelast en gebrand moeten worden. Op de scheeps- en reparatiewerf noemt men dit “Heet werk”. Voordat de scheepswerf aan werkzaamheden begint waarbij gebrand en gelast moet worden zal een gecertificeerde Gasdeskundige (Gasdokter) aan boord een onderzoek uitvoeren. Voor de tankvaart is dit een verplichting volgens de Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 4, voor droge ladingschepen is de werf verantwoordelijk die volgens de Arbowet een veilige werkplek dient te garanderen.

 

Wat zijn de risico’s?

Aan de werf moeten werknemers om reparaties uit te voeren naast in ladingtanks ook in andere vaak nauwe ruimten onderhoud of reparatie uitvoeren. Nauwe ruimten zoals zij- en dubbelle bodem, tanks, pompkamers, gasoliebunkers, achterpiek etc.

Alvorens deze plekken betreden kan / mag worden dienen er metingen te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat de ruimte veilig is voor mens en vuur. De risico’s die hierbij naar voren komen zijn ook beschreven in de Arbocatalogus bij “Besloten Ruimten”.

Bijkomende risico’s zijn brand, dat bijvoorbeeld kan ontstaan als lasspatten of snijbrandspatten een ontsteking veroorzaken in bilge of andere ruimten. Isolatiemateriaal kan door spattende vonken in de brand raken.

Bij kapotte zuurstofslangen kunnen in besloten ruimten gevaarlijke situaties ontstaan omdat er een teveel aan zuurstof dreigt waardoor het ontstaan van brand wordt geactiveerd.

 

VBVBE!

De atmosfeer een zodanige atmosfeer bevat dat bij betreding kans bestaat op:

  • Verstikking,
  • Bedwelming,
  • Vergiftiging,
  • Brand en/of Explosie.

 

Zie ook “Besloten ruimten”.

Het kan voorkomen dat werfmedewerkers door mangaten moeten om in gasoliebunkers te moeten lassen en / of branden. Reparatie mag alleen worden uitgevoerd als de gasoliebunker is gereinigd. Na reinigen is het mangatdeksel verwijderd en kan een gasoliebunker worden geïnspecteerd en kan gas worden gemeten. Draag zorg voor voldoende ventilatie bij las- en brandwerkzaamheden.

 

Maatregelen om de risico’s te beperken

Volgens het ADN 8.3.5 kunnen aan boord van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren, bepaalde werkzaamheden uitgevoerd worden mits er door een bevoegde autoriteit toestemming is gegeven of een verklaring is afgegeven waarin een gehele gasvrije toestand is bevestigd.

Voor de tankvaart geldt dat alvorens men bij een scheepswerf werkzaamheden uit laat voeren, een Gasdeskundige de ruimten waar de werkzaamheden uitgevoerd worden, deze ruimten  gecontroleerd moet hebben. Na dit onderzoek zal bijvoorbeeld een Veiligheids- en Gezondheidsverklaring 20 worden afgegeven na metingen in de ladingzone met de voorwaarden waaraan de werf zich dient te houden. Dienen er werkzaamheden in de machinekamer te worden uitgevoerd, wordt een Veiligheids- en Gezondheidsverklaring voor K3 ruimten afgegeven.

Voor tankschepen geldt daarnaast het volgende: Indien zich bij of als gevolg van het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.5h, eerste lid, van het Arbo-besluit gevaarlijke gassen / dampen concentreren en deze door onvoldoende luchtbeweging niet snel genoeg worden verdund of afgevoerd, maatregelen getroffen moeten worden om deze concentraties te beperken. Indien dit niet in voldoende mate mogelijk is, worden de tankdeksels gesloten en de desbetreffende werkzaamheden gestaakt.

Omdat er bij het branden en lassen dampen ontstaan die schadelijk zijn voor de gezondheid dient men te zorgen dat er voldoende ventilatie aanwezig is. Indien dit er niet is dient men er zorg voor te dragen dat dit wel wordt gerealiseerd door bijvoorbeeld afzuiging van de dampen te regelen.

Voor ladingtanks geldt verder dat dagelijks een meting van de tankatmosfeer dient te worden uitgevoerd door een deskundige. De gegevens van de metingen dienen vastgelegd te worden. Deze situaties komen voor als een schip op de heling staat en de zon schijnt. Dek, huid etc. worden door de zon verwarmd en vanuit de kraakjes van het staal of tankcoating komen dampen door de warmte vrij.

Indien reparaties worden begeleid door een speciaal voor dit doel aangewezen persoon zoals Surveyor of Technisch dienst inspecteur, dan kan men een werkvergunningsstelsel hanteren waarin de voorwaarden worden genoteerd waarop de werkzaamheden uitgevoerd mogen worden. Hierbij kunnen afspraken worden gemaakt over gasmetingen en brandblusmiddelen.

Na de werkdag zal een “brandwacht” ingesteld moeten worden die tot minimaal 2 uur na einde werktijd controles uitvoert op de plaatsen waar “Heet werk” is uitgevoerd. Er zijn diverse scheepswerven waar door de werf een brandwacht is aangesteld.

 

Wetgeving en informatie

  • Arbeidsomstandigheden Besluit Art. 3.5H voor tankschepen
  • Arbeidsomstandigheden Regeling Hoofdstuk 4
  • ADN 8.3.5
  • Arbeidsrisico’s in de Scheepsbouw en Reparatie (Inspectie SZW)
  • Gevaren van zuurstof

 

 

Risicomatrix heet werk

Gevaar

Risicofactor

Risico

Preventieve maatregel

Bedwelming

Zuurstofgebrek

Verstikking medewerker

Zuurstof meten en zorg dragen voor goede ventilatie.

Vrijkomen ladingdampen of product

Door bij verwarming vrijkomen van dampen en vrijkomen reststoffen

Vergiftiging of bedwelming door ladingdampen of product

Ventilatie regelen door gebruik te maken van geforceerde ventilatie d.m.v. een ventilator.

Vrijkomen ladingdampen of product

Door bij verwarming vrijkomen van dampen en vrijkomen reststoffen

Kans op explosie bij werken met brander of lasapparaat.

Alvorens werkzaamheden uit te voeren eerst gasmeting uitvoeren.

Brand

Bij branden en lassen ontstaan vonken die naar diverse plekken kunnen spatten.

Brand in bijvoorbeeld de bilge.

Zorg voor voldoende controle tijdens de werkzaamheden en stel een brandwacht in die na werktijd geruime tijd controles uitvoert.

Betreden besloten ruimten

Bedwelming

Bij betreden besloten ruimten kans op bedwelming waarbij dood mogelijk is door gebrek aan zuurstof

Vóór betreden tankruimte eerst zuurstof, toxiteit en explosieve toestand ladingtank meten en dit registreren. Gebruik bij betreden een “life line” zodat het altijd mogelijk is een medewerker uit de ladingtank te halen.

Te veel Zuurstof

Ophoping van zuurstof in besloten ruimten

Verhoogd risico op brand en explosie

Zorg voor voldoende ventilatie en gebruik deugdelijk materiaal bij branden en lassen.