Het onbeschermd werken op hoogte, het valgevaar in het ruim en het overboord slaan zijn zeer belangrijke risico’s bij werkzaamheden aan  boord van een binnenvaartschip. Recent onderzoek van de gezamenlijk inspectiediensten aan boord van binnenvaartschepen heeft namelijk aangetoond dat valgevaar en overboord slaan de twee meest belangrijke doodsoorzaken zijn.

In dit onderdeel van de Arbocatalogus Binnenvaart wordt een uiteenzetting van de risico’s werken op hoogte en valgevaar beschreven. Vervolgens worden de relevante doelvoorschriften en de oplossingen beschreven en wel zo dat ze praktisch aan boord van binnenvaartschepen kunnen worden toegepast. Zodoende kunnen deze risico’s worden voorkomen en/of de schadelijke gevolgen van deze risico’s worden beperkt.

Door op de onderstreepte teksten te klikken vindt u voorbeelden en/of referentiemateriaal om het onderwerp te verduidelijken.
 
De voornaamste oorzaken van (val-)ongevallen aan boord zijn:
  • Onvoldoende orde en netheid.
  • Ontbreken veilige toegang tot het schip.
  • Ontbreken veilige toegang tot het ruim.
  • Ongelijke vloeren.
  • Onbeschermde hoogten.
  • Dynamische omgeving en weersomstandigheden.
Onvoldoende orde en netheid
De inrichting van een goed opgeruimde, overzichtelijke, en goed verlichte werklocatie is de basis voor veilig werken aan boord. Regelmatig blijkt dat er bij veel werkzaamheden orde en netheid ontbreken. Daarom moet hier extra aandacht aan besteed worden om zo de veiligheid in stand te houden. Als er bijvoorbeeld een staaldraad in het gangboord ligt, kan dat tijdens het meren zorgen voor valgevaar.


Afbeelding: naar buiten slaande deur, ongemarkeerde bolder, staaldraad door het gangboord.

Geen veilige toegang tot het schip
Opvallend is dat het veilig betreden en verlaten van het schip voor de bemanning - maar ook voor derden - in veel gevallen slecht is geregeld. Bijvoorbeeld omdat trappen langs een kade slecht onderhouden of niet veilig te bereiken zijn, of omdat de leuningen van loopplanken ontbreken. Veel schippers verwijzen naar het feit dat kades slecht worden onderhouden, en leggen de verantwoordelijkheid daarvan bij het havenbedrijf of de instelling waar wordt geladen of gelost. Toch is het zo dat de gevolgen van de keuze waar het schip meert en de daaraan verbonden beperkte of (on-) mogelijkheden voor het veilig van en aan boord gaan, altijd de verantwoording van de werkgever is.

Afbeelding: koorddansend aan boord!

Geen veilige toegang tot het ruim
Op veel schepen zijn veiligheidsvoorzieningen aangebracht, maar in een aantal situaties wordt gebruik gemaakt van een ladder. Deze is vaak te kort, of van een slechte kwaliteit, of wordt niet tegen omvallen geborgd. Kortom, het betreden van het ruim kan verbeterd worden door vaste trappen of vaste ladders.

Een ladder valt onder de richtlijn Arbeidsmiddelen, zie ook de leidraad veilig werken met ladders. Deze richtlijn verplicht de werkgever de werknemers met zodanige arbeidsmiddelen te laten werken, dat de veiligheid en gezondheid van de werknemers tijdens het gebruik kunnen worden gewaarborgd. Naast het feit dat de ladder valt onder de definitie van arbeidsmiddelen, is in het Arbobesluit artikel 7.33 een aanvullend voorschrift opgenomen. Het voorschrift geeft aanwijzingen om risico’s van uitglijden en omvallen te minimaliseren. 


Afbeelding: Veilige toegang tot het ruim?

Ongelijke vloeren
Een binnenvaartschip kenmerkt zich door de aanwezigheid van ongelijke vloeren en soms moeilijk begaanbare dekken. Machinekamers met de nodige leidingen en kabelgoten, die in de vaak beperkte ruimte niet optimaal verlicht zijn, kunnen tot valgevaar leiden. Ook fouten in de constructie, of in de afwerking, kunnen tot onbedoelde obstakels leiden die valgevaar veroorzaken.


Afbeelding: Een wirwar van obstakels

Onbeschermde hoogten
Niet alle werkplekken zijn voldoende afgeschermd tegen valgevaar. Aan boord van schepen is bovenop de roef geen afscherming om valgevaar tegen te gaan. Hier is extra voorzichtigheid geboden.


Afbeelding: Onbeschermde hoogte

Bij het werken aan boord van containerschepen tijdens het laden en lossen komt het regelmatig voor dat mensen op de containers lopen zonder valbeveiliging. Als er gevaar is voor vallen van grote hoogte, moeten binnenschippers en stuwadoorsbedrijven maatregelen nemen. Algemeen beleid hierbij is, dat in elk geval veiligheidsmaatregelen nodig zijn vanaf een hoogte van 2,50 meter. Als er bijkomende gevaren zijn, zoals werken boven uitstekende delen of vallen in het water, moeten er al bij geringer valgevaar maatregelen worden getroffen. 


Afbeelding: Boven je macht werken op een ladder die niet geborgd en onder een steile hoek staat.

Het handelen van meertrossen en staaldraden brengt grote krachten met zich mee. De kracht van een lier of het gewicht van het schip dat aan de tros hangt is door de menselijke kracht niet te compenseren. Het is daarom van belang dat het goede vakmanschap van de opvarenden zorgt dat de risico’s bij deze werkzaamheden zo worden beheerst dat hier geen ongewenste gebeurtenissen uit voort komen.

Dynamische omgeving en weersomstandigheden
De arbeidshygiënische strategie van artikel 3 Arbo-wet eist aanpak van risico’s bij de bron, maar als dat in redelijkheid niet kan worden gevergd zijn lichtere maatregelen voldoende. Zo kan voor een werknemer geen vaste ondergrond worden verlangd voor de werkplek boven of op het water, maar wel valbeveiliging en voorzorgsmaatregelen zoals het dragen van een harnasgordel of een reddingsvest.

De weersomstandigheden kunnen de veiligheid op de werkplek negatief beïnvloeden. Bij kou, sneeuw en regen, wanneer de dekken glad zijn, levert lopen door het gangboord meer risico’s op dan bij droog en kalm weer.

Door plotselinge scheepsbewegingen kan ook valgevaar ontstaan. Het naleven van de veilige werkprocedures is dan van groot belang.


Afbeelding: Een reddingsvest zou niet misstaan!

Inleiding

In dit hoofdstuk worden achtereenvolgens de relevante artikelen uit respectievelijk de Arbowet, het Arbobesluit, de Arboregeling, de Arbobeleidsregels en de binnenvaart wetgeving weergegeven. Deze volgorde is conform de opbouw van de wet.


Arbowet

Valincidenten kunnen blijvende invaliditeit of de dood van het slachtoffer tot gevolg hebben. Werkgevers zijn zich ervan bewust dat een vermindering van het aantal valincidenten onder meer kan worden bereikt door het nemen van voorzorgsmaatregelen.

 

Arbobesluit

In hoofdstuk 3 en 7 van het Arbobesluit

zijn artikelen opgenomen die betrekking hebben op valgevaar en gevaren die samenhangen met transport. Het betreft hier de volgende artikelen:

  • Markering gevaarlijke plaatsen (artikel 3.15)
  • Voorkomen valgevaar (artikel 3.16)
  • Mobiele arbeidsmiddelen (artikel 7.17)
  • Arbeidsmiddelen voor het hijsen en heffen van lasten of personen (artikel 7.18 en 7.20)
  • Tijdelijke werkzaamheden op hoogte (artikel 7.23 en 7.23a)
  • Toegang tot het schip (artikel 7.24)
  • Keuze persoonlijk beschermingsmiddel (artikel 8.2)

 

Arboregeling

In de Arboregelingen is het volgende relevante artikel opgenomen:

  • veiligheids- en gezondheidssignalering (hoofdstuk 8)

 

Arbobeleidsregels

De beleidsregel 3.16 die specifiek gaat over voorzieningen ter voorkoming van valgevaar is niet van toepassing aan boord van schepen. Voor schepen gelden de voorschriften voor de voorzieningen bij valgevaar zoals die in de schepenwetgeving zijn opgenomen. Omdat uit de recente onderzoeken blijkt dat valgevaar doodsoorzaak nummer een aan boord van schepen is, is gekozen dit onderwerp toch in de Arbocatalogus op te nemen.

 

Binnenvaartwetgeving

In de respectievelijke scheepvaartwetgeving met betrekking op de binnenvaart geven zowel het ROSR, de Binnenvaartwet en het Binnenschepenbesluit richtlijnen voor het veilig inrichten van de werkplek en het specifiek voorkomen van valgevaar.

Relevante artikelen uit de Binnenvaartwet en respectievelijk het ROSR

  • Klimvoorzieningen (artikel 11.07)
  • Bescherming tegen vallen (artikel 11.02)
  • Algemene bepalingen (artikel 11.01)

Relevante artikelen uit het Binnenschepenbesluit

  • Veiligheid van arbeidsplaatsen in het algemeen (artikel 11.13)
  • Beveiliging tegen vallen (artikel 11.16)
  • Vloeren, wanden, plafonds, ramen en schijnlichten van arbeidsplaatsen (artikel 11.18.)

Hier geldt dus wederom het principe van Lex Specialis gaat boven Lex Regalis (specifieke wetgeving gaat altijd uit boven de algemene wetgeving) en focussen wij ons op de artikelen uit deze wetgeving.

De systematiek van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet) is erop gericht dat een risico in eerste instantie bij de bron wordt aangepakt. De beste mogelijkheid daartoe is dat bij nieuwbouw al in de ontwerpfase (’op de tekentafel’) rekening wordt gehouden met de keuze van het juiste arbeidsmiddel in de bouw-, de gebruiks- en de onderhoudsfase van een schip, waarbij oplossingen worden bedacht die een alternatief bieden voor het veilig inrichten van de werkplek op hoogte.

Het Arbobesluit eist dat de werkgever veilige en gekeurde arbeidsmiddelen ter beschikking stelt, maatregelen neemt om valgevaar te voorkomen, de instructie verzorgd bij het gebruik van de scheepsuitrusting en toezicht houdt op juiste naleving van deze instructies. Dit kan door middel van het aanbrengen van een veilige steiger, stelling of werkvloer of het aanbrengen van hekwerken en leuningen. Als dit niet kan omdat bijvoorbeeld het aanbrengen ervan te grote risico’s met zich meebrengt, mogen vangnetten of harnasgordels met lijnen worden gebruikt.


Pas als blijkt dat een dergelijke bronaanpak niet, of niet op korte termijn kan worden gerealiseerd, moet het gebruik van collectieve arbeidsmiddelen worden overwogen.


De werkgever moet in ieder geval de werkplek veilig inrichten indien:

  • Men moet werken op 2,5 meter hoogte of meer.
  • Men moet werken op arbeidsplaatsen die in beweging zijn of kunnen komen, en waarbij onmiddellijk valgevaar bestaat.
  • Als het hoogteverschil kleiner is dan 2,5 meter en er sprake is van risicoverhogende omstandigheden waardoor de gevolgen van een val erger worden (bijvoorbeeld bij werken boven water of boven opgetild materiaal).

Hier hebben de werkgevers en werknemers die werkzaamheden op hoogte (laten) verrichten, een eigen verantwoordelijkheid voor het veilig uitvoeren van de werkzaamheden.

De keuze voor de juiste maatregelen baseert men op de specifieke vragen over valgevaar uit Binnenvaart branche Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E).

Voor bijzondere groepen werknemers, zoals in de binnenvaart, is het minder eenvoudig om risico’s van valgevaar en de oorzaak (bron) aan te pakken. Er is vaak geen constante stabiele ondergrond en het werken op onbeschermde hoogte bij het laden en lossen (containervaart) kan niet altijd worden vermeden. Een collectieve valbeveiliging (vangnet) is technisch vaak niet uitvoerbaar, omdat op een schip vrije toegang tot het ruim moet zijn om te laden en lossen en een vangnet dit belemmert.


Mogelijke maatregelen die kunnen worden genomen zijn:

  • Het leveren van de juiste middelen en mogelijkheden, zoals een aanduiding van het valgevaar met markering, afscherming van het valgevaar en een instructie over valgevaar. 
  • Het leveren van een goedgekeurde valbeveiliging, een goede stabiele ruimtoegang, het verlichten van de werkplek en het opstellen van korte, maar krachtige werkvoorschriften. 
  • Toezien door de werkgever op het juiste gebruik van deze middelen en mogelijkheden. 

Het juiste gebruik hiervan is voor een groot deel afhankelijk van het veiligheidsbesef (de mentaliteit) van de werknemer die ook verantwoordelijk is voor de veiligheid. Naast bovenstaande maatregelen moet er rekening te worden gehouden met de volgende zaken:

  • Verzorgen van orde en netheid
  • Verzorgen van een veilige toegang tot het schip
  • Verzorgen van een veilige toegang naar het ruim
  • Aanduiding valgevaar bij ongelijke vloeren
  • Maatregelen bij werken op onbeschermde hoogte
  • Het veilig werken in een dynamische omgeving

 

Verzorgen van orde en netheid
Organiseer het werk zo, dat losliggende objecten die valgevaar kunnen veroorzaken, worden opgeruimd. Andere losliggende objecten als slangen en trossen die op het dek liggen, of ladingresten en stuwagemateriaal, die bij het laden en lossen achterblijven, vormen niet alleen valgevaar, maar kunnen ook plekken met daaronder niet zichtbaar val- of glijgevaar zijn. 

Orde en netheid bij onderhoudswerkzaamheden in bijvoorbeeld de machinekamer voorkomt dat de vloer glad wordt en er valgevaar ontstaat.


Afbeelding: Opruimen van spillage?

Het plaatsen van trossenbakken waarin trossen kunnen worden opgeschoten en zelfwindende slanghaspels voorkomen dat trossen en slangen los aan dek blijven liggen. De werkgever moet een goede instructie aan de opvarenden geven over de plicht deze voorzieningen te gebruiken en toezicht te houden op de  naleving hiervan. 

Bij het laden en lossen van containers wordt doorgaans samengewerkt met stuwadoorsbedrijven. Het opruimen van stuwmateriaal en kettingen moet een vast onderdeel zijn van de afspraken die bij het samenwerken met deze bedrijven worden gemaakt. Het geven van instructie en voorlichting moet aan alle werknemers die bij het laden en lossen zijn betrokken (ook de werknemers van de stuwadoors als zij aan boord werken) worden gegeven.

Bij werkzaamheden in de machinekamer is het morsen van smeermiddelen (spillage) op de vloer snel gebeurd. Dit veroorzaakt gladde vloeren met een verhoogd valgevaar. Het direct opruimen met de juiste middelen en voorzorgsmaatregelen voor het milieu voorkomt dat valgevaar optreedt. Hiermee is tevens het brandgevaar weg genomen. In de machinekamer is standaard een voorraad poetslappen voorhanden en kan oliehoudend afval in een speciale opvangemmer worden verzameld. 

Verzorgen van een veilige toegang tot het schip
De uitrustingseisen in de binnenvaartwetgeving schrijven een loopplank voor de veilige toegang tot een schip voor. Voor passagiersschepen zijn hiervoor zelfs aanvullende eisen volgens de EN norm 14206 (conform ROSR).

Het hebben van veilig en gekeurd toegangsmateriaal alleen voorziet nog niet in een veilige toegang. Het niet goed opstellen van de loopplank onder een veilige hoek met alle voorgeschreven middelen, zoals leuningen, vangnetten en het goed borgen van de loopplank, brengt de veiligheid in het geding


Afbeelding: Veilige toegang? 

De veilige toegang tot het schip is in eerste instantie de verantwoording van de werkgever waarbij goed gelet moet worden op de omstandigheden bij de ligplaats. In getijdenhavens is het noodzakelijk de stand van de loopplank goed in de gaten te houden. Door langsscheepse bewegingen kan de loopplank over de kade schavielen (= schuren) met mogelijk schade tot gevolg.

Wanneer schepen naast elkaar gemeerd liggen, moet u rekening houden met gevaren van overstappen. Zorg dat de looproute over het schip goed gemarkeerd is en in het donker de plaats waar u veilig van schip naar schip kan gaan verlicht is.

 

Verzorgen van een veilige toegang naar het ruim
De toegang tot het ruim en het dek van een schip is uitsluitend toegestaan door een vaste trap. Of als dit niet mogelijk is, een vaste ladder, klampen of voetopeningen van geschikte afmetingen. Deze dienen van voldoende sterkte te zijn. Andere deugdelijke toegangsmiddelen zijn ook toegestaan.

Deze zijn, als het mogelijk is, gescheiden van de luikopeningen en moeten goed verlicht zijn. In een donkere ruimtoegang is zelfs op een goed toegankelijke trap valgevaar mogelijk!

Als u via een ladder een ruim betreedt, moet u rekening houden met de leidraad veilig werken met ladders. Een goede instructie over het werken met ladders houdt in ieder geval de volgende aanwijzingen in:

  • Controleer de ladder voor het gebruik op zichtbare defecten.
  • Controleer of de ladder schoon is van ladingresten.
  • Staat de ladder onder een juiste hoek ten opzichte van het horizontale vlak?
  • Staat de ladder op een stevige ondergrond?
  • Heeft de ladder een overlap van enige sporten boven het hoogste dek?
  • Is de ladder op het hoogste dek geborgd?
  • Is een metalen ladder minstens 2,5 meter vrij van onder spanning staande elektriciteit?

Bij weersomstandigheden waarbij windsnelheden boven windkracht 6 BF op de werkplek wordt gemeten moeten werkzaamheden op ladders worden gestopt.

In de binnenvaartwetgeving wordt over klimvoorzieningen het volgende genoemd:

  • Trappen en ladders moeten veilig zijn bevestigd. 
  • Trappen moeten ten minste 0,60 m breed zijn. De vrije breedte tussen de handrelingen moet ten minste 0,60 m bedragen. De diepte van de treden mag niet minder zijn dan 0,15 m. Het oppervlak van de treden moet veiligheid bieden tegen uitglijden en trappen met meer dan drie treden moeten handrelingen hebben.
  • Ladders en klimtreden moeten een vrije breedte van ten minste 0,30 m hebben. De afstand tussen de sporten mag niet meer dan 0,30 m bedragen. De afstand van de sporten tot constructiedelen moet ten minste 0,15 m zijn. Ladders en klimtreden moeten van boven herkenbaar zijn en met handgrepen boven de uitgangsopeningen zijn uitgerust.
  • Aanleunladders moeten ten minste 0,40 m en onderaan ten minste 0,50 m breed zijn. Ze moeten beveiligd kunnen worden tegen kantelen en wegglijden en de sporten moeten vast in de boom zijn bevestigd.



Afbeelding: Ladder opstellen onder de juiste hoek

 

Aanduiding valgevaar bij ongelijke vloeren
Ongelijke vloeren kunnen valgevaar veroorzaken. Bevinden zich aan boord hinderlijke uitstekende delen op of laag boven het vloeroppervlak? Denk hierbij aan: niveauverschillen, afstapjes en profiel van het dek.

Bij werkzaamheden op een werf is het niet ongebruikelijk om mangatdeksels in het dek open te leggen. Ook worden dekdelen vaak tijdelijk verwijderd om bij onderliggende installaties te komen voor reparatie of onderhoud. Deze werkzaamheden worden in overleg met de werf gepland. Het afschermen van deze openingen als de werkzaamheden niet plaats vinden en het plaatsen van markering rondom de openingen schermt personen die aan boord werken van deze gevaren af. Het is wel noodzaak om deze voorzieningen regelmatig te controleren en in stand te houden. 

Ook vaste punten aan boord van een schip kunnen valgevaar opleveren. Bolderdeksels in de gangboorden en hindernissen, zoals bijvoorbeeld randen van traptreden, moeten in een met het omgevende dek contrasterende kleur zijn geverfd. Een goede preventieve maatregel is het alert maken van de opvarenden op dit gevaar door oneffenheden en obstakels opzichtig te markeren. De standaard gevaaraanduiding is een diagonale geel/zwarte streep. Op ooghoogte kan deze markering worden aangegeven met het volgende pictogram:



Het goed verlichten van de obstakels verhoogt eveneens de alertheid van de opvarenden. Inrichtingseisen van een veilige werkplek met betrekking tot het voorkomen van valgevaar is beschreven in de binnenvaartwetgeving. 

 

Maatregelen bij werken op onbeschermde hoogte
Dekken en gangboorden moeten vlak en vrij zijn van obstakels waarover men kan struikelen. Ze moeten zodanig zijn uitgevoerd dat er geen water op kan blijven staan.


Afbeelding: Juiste afvoer van water aan dek

Dekken en gangboorden, machinekamervloeren, bordessen, trappen en de bolderdeksels in de gangboorden moeten veiligheid bieden tegen uitglijden. Deze oppervlakten dienen slipvast te zijn uitgevoerd.  Bolderdeksels in de gangboorden en hindernissen, zoals randen van traptreden, moeten in een met het omgevende dek contrasterende kleur zijn geverfd.

Buitenkanten van de dekken en de werkplekken waar de valhoogte meer dan 1 meter kan bedragen, moeten zijn voorzien van een verschansing van ten minste 0,70 m hoogte of van relingen die bestaan uit een handreling, een tussenregel op kniehoogte en een voetlijst. 

Bij gangboorden moet een voetlijst en een doorlopende handreling aan de dennenboom zijn aangebracht. De handreling aan de dennenboom kan achterwege worden gelaten, als het gangboord voorzien is van een niet neerklapbare reling.

Van werken op onbeschermde hoogte in de binnenvaart is vooral sprake bij het laden en lossen van lege containers. Daarbij is het nog steeds toegestaan een kraan met draden te gebruiken. Bij geladen containers moet altijd een spreader worden gebruikt. Er hoeft dus niemand de containers op om de draden vast te maken. 

Alleen wanneer collectieve valbeveiliging niet meer tot de mogelijkheden behoort, moet worden overgegaan tot persoonlijke valbeveiliging.

De doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen tegen valgevaar worden door de werkgever verstrekt. De werknemer gebruikt de persoonlijke beschermingsmiddelen daar waar voorgeschreven.


Afbeelding: Een heupgordel niet gebruiken in een omgeving waar men kan vallen!

Het handelen van meertrossen en staaldraden brengt grote krachten met zich mee. De kracht van een lier of het gewicht van het schip dat aan de tros hangt is door de menselijke kracht niet te compenseren. De werkgever stelt werkprocedures op om veilig met dekwerktuigen en uitrusting te werken. Bij de lieren worden in begrijpbare taal bedieningshandleidingen geplaatst en wordt de communicatie gewaarborgd door het afstemmen van handsignalen. Bij grotere afstanden dan 25 meter en uit het zicht van elkaar werken worden portofoons ter beschikking gesteld.

Het is van belang dat het goede vakmanschap van de opvarenden en het naleven van de instructies zorgt dat de risico’s bij deze werkzaamheden zo worden beheerst dat hier geen ongewenste gebeurtenissen uit voort komen.


Afbeelding: Zijn de krachten onder controle?

 

Het veilig werken in een dynamische omgeving 
Door scheepsbewegingen als gevolg van manoeuvres, weersomstandigheden, ladingbehandeling en passerende scheepvaart is er aan boord geen vaste ondergrond.

De werkgever geeft instructies over het veilig werken tijdens de vaart en ziet toe op de naleving hiervan. Daarnaast worden doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen zoals veiligheidsschoenen voorgeschreven. Bij het werken aan boord tijdens de vaart is het dragen van een reddingsvest verplicht volgens de binnenvaartwetgeving. Als een opvarende overboord slaat moet in de bedrijfshulpverleningsorganisatie (zie ook het arbo onderwerp bedrijfshulpverlening) rekening gehouden worden met het redden van drenkelingen.

 

Volgens de KLPD en Zeehavenpolitie nemen binnenvaart- en stuwadoorsbedrijven het niet zo nauw met de valbeveiliging van mensen bij de overslag van containers. Zij hebben het toezicht op de naleving van Arboregels overgenomen van de Arbeidsinspectie. Daardoor is de pakkans bij overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet groter is geworden. Wie zich niet aan de regels houdt, kan een boete van duizenden euro’s krijgen.

De politie houdt sinds augustus 2005 toezicht op de Arbowet op binnenschepen. ‘We hebben natuurlijk eerst onze mensen moeten opleiden’, aldus de Zeehavenpolitie. ‘Vanaf begin dit jaar zijn we ermee aan de slag. Het viel ons op, dat schippers en walbedrijven tijdens het laden en lossen regelmatig mensen op de containers laten lopen zonder valbeveiliging.

Van schippers kregen we te horen dat een dergelijke draad maar lastig is en dat er niet mee te werken valt. Een walbedrijf vertelde dat zijn spreader al weken kapot was. Maar dat wil niet zeggen dat je dan geen maatregelen hoeft te nemen. Wij maken dan proces-verbaal op en sturen dat, vaak met foto’s, naar de Arbeidsinspectie. Die bepaalt wat vervolgens gaat gebeuren.’

Volgens de afdeling zeevaart van de Arbeidsinspectie is duidelijk dat: ‘als er gevaar is voor vallen van grote hoogte, binnenschippers en stuwadoorsbedrijven maatregelen moeten nemen”. Algemeen beleid hierbij is, dat in elk geval veiligheidsmaatregelen nodig zijn vanaf een hoogte van 2,50 meter (zie ook het inspectierapport binnenvaart 2005). 

Als er bijkomende gevaren zijn, zoals uitstekende delen of vallen in water, moeten al bij geringer valgevaar maatregelen worden getroffen. Daarvan is in de binnenvaart vooral sprake bij het laden en lossen van lege containers. Daarbij is het nog steeds toegestaan een kraan met draden te gebruiken. Bij geladen containers moet altijd een spreader worden gebruikt en hoeft dus niemand de containers op om de draden vast te maken.

 
Gewonden op binnenschepen
Een 22-jarige man uit Werkendam is zwaar gewond geraakt bij een ongeval op een binnenschip in Lemmer. Het schip lag afgemeerd in de Prinses Margrietsluis.

De schipper uit Werkendam riep richting zijn 22-jarige zoon en een matroos dat er koffie was. De twee waren op dat moment bezig met werkzaamheden op het voordek. De jongen sprong, zoals hij wel vaker deed, van het dakje van de voorhut naar beneden om zo over de luiken naar de stuurhut te lopen. De luiken waren deze keer echter niet aanwezig. Het slachtoffer viel ruim vijf meter naar beneden. De man moest gestabiliseerd worden door het personeel van de ambulance en het mobiel medisch team (MMT). Hij is vervolgens overgebracht naar het Academisch ziekenhuis in Groningen.

Op dezelfde dag raakte er ook een 31-jarige schipper uit Mijdrecht gewond. Het binnenschip lag afgemeerd aan de Spoorhavenweg in Veendam. De man wilde een handje helpen bij het schoonmaken van de kade die vervuild was geraakt door een chemische vloeistof. De schipper gleed vermoedelijk uit toen hij een slang had klaargelegd. Hij viel vervolgens in een laadruim. De man is met behulp van een hoogwerker van de brandweer uit het laadruim van het schip gehaald. Het slachtoffer is met arm- en rugklachten naar het ziekenhuis in Veendam vervoerd. De arbeidsinspectie onderzoekt beide ongevallen.

 

Ga naar boven