Bij het werk aan boord van een schip, zowel varend of afgemeerd, is altijd het risico van te water raken aanwezig. De omstandigheden bepalen hoe groot dit risico is Belangrijke omstandigheden die het te water raken kunnen beïnvloeden zijn:

  • Het weer, regen, sneeuw, harde wind.
  • Scheepsbewegingen (denk aan ruim water en slingerend schip).
  • Toestand van het dek, gladheid, obstakels.
  • Goede toegang tot het schip.
  • Situaties op haventerreinen, onvoldoende verlichting, struikel objecten en slechte bestrating langs de waterkant.
Uit recente onderzoeken van onder andere de Arbeidsinspectie blijkt dat te water raken het grootste arbeidsrisico in de binnenscheepvaart is , gevolgd door het werken op hoogte en werken met arbeidsmiddelen.

In dit document wordt een overzicht gegeven van de risico’s die leiden tot het gevaar van verdrinken. In het geval van te water raken, moet er adequaat gehandeld worden om verdrinking  zoveel mogelijk te voorkomen. Het is daarom van levensbelang om zoveel mogelijk  van te voren alle risico’s en mogelijke oplossingen in kaart te brengen Zoals hoe te reageren en te handelen in het geval van man over boord. Daarbij hoort ook het goed onderhouden van de middelen die bij de redding van drenkelingen kunnen worden gebruikt. 

Daarnaast geeft dit onderdeel van de Arbocatalogus Binnenvaart onder andere een uiteenzetting van de wettelijke bepalingen waaraan u als werkgever en/of werknemer moet voldoen en hoe u de veiligheidsorganisatie aan boord kunt inrichten. Door op de onderstreepte teksten te klikken, gaat u naar voorbeelden en/of referentiemateriaal om het onderwerp te verduidelijken.
Dit deel gaat dieper in op de mogelijke risico’s van verdrinken in de binnenvaart. Er wordt kort omschreven waar de mogelijke oorzaken liggen en wat u aan boord kunt regelen om de oorzaken te herkennen en deze weg te nemen. Tevens wordt verwezen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen om aan de Arbowet te voldoen.

De meeste dodelijke ongevallen in de binnenvaart zijn  ontstaan door het te water raken en verdrinken van opvarenden. Bij verdrinking is er kans op overlijden als het lichaam - of een bepaald deel van het lichaam - niet voorzien wordt van voldoende zuurstof. Verdrinking ontstaat door een overvloed aan vloeistof in de longen, of door verstikking bij onderdompeling. Verdrinking is al mogelijk in enkele centimeters water.
 
Risico’s
  • Bij dekwerkzaamheden is er kans dat men struikelt of uitglijdt en overboord slaat met als gevolg verdrinking.
  • Bij een varend schip is de zuiging van het schip en de werking van de schroef die achter het schip een sterke stuwing veroorzaakt een bijkomende bedreigende factor. De drenkeling kan aangezogen worden.
  • De weersgesteldheid, de tijd van het jaar met hun specifieke gevaren en het tijdstip van de dag (in verband met de zichtbaarheid) zijn belangrijke factoren bij het veilig bewegen over het dek bij zowel een stilliggend als varend schip.
De grootste gevaren om te verdrinken bij het te water raken zijn echter:
  • Het onderkoeld raken. Dit risico bestaat niet alleen in de winterperiode. Ook water van 20º C kan als iemand daar langere tijd in ligt al tot onderkoeling leiden.
  • Desoriëntatie
  • De schrikreactie en hierdoor niet in staat zijn te reageren (shock).
  • Onder invloed van drank, drugs of medicijnen zijn.
  • Letsel door het raken van obstakels tijdens een val.
  • Onvoldoende beheersing van de zwemkunst en zwemmerskramp. Het afleggen van een zwemexamen gekleed zwemmen in een zwembad van 25° C is iets heel anders dan in een IJsselmeer met water van 10° C met golfslag en met winterkleding en zware laarzen. 

Inleiding: wettelijke voorschriften

De wettelijke basis voor het risico verdrinken zijn de doelvoorschriften in artikel 3 en artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) en diverse artikelen in het Arbobesluit (onder andere artikel 3.2, 3.10 en 3.16). Bij de invulling van de doelvoorschriften van de Arbowet in de Arbocatalogus Binnenvaart is ook gekeken wat er staat in andere wettelijke regelingen – zoals onder andere het Binnenvaart Politie Reglement (BPR) -  die specifiek op de binnenvaart van toepassing zijn. Ook hierin zijn zaken geregeld ter voorkoming van verdrinking.

Artikel 3, lid e van de Arbowet schrijft voor dat doeltreffende maatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij ongevallen, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen, en doeltreffende verbindingen worden onderhouden met de desbetreffende externe hulpverleningsorganisaties. Het gevaar van verdrinken valt onder dit artikel.

Artikel 3, lid f van de Arbowet stelt dat elke werknemer bij ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn eigen veiligheid of die van anderen, rekening houdend met zijn technische kennis en middelen, de nodige passende maatregelen moet kunnen nemen om de gevolgen van een dergelijk gevaar te voorkomen, waarbij een werknemer conform artikel 29 van de Arbowet bevoegd is het werk te onderbreken. Voor de duur van de onderbreking behoudt de werknemer zijn aanspraak op het naar tijdruimte vastgesteld loon. De werknemer mag als gevolg van de werkonderbreking niet worden benadeeld in zijn positie in het bedrijf of in de inrichting

De kern van dit artikel is de zogenaamde "Arbeidshygiënische strategie". De kern hiervan is dat de werkgever bij zijn Arbobeleid er voor moet zorgen de gevaren bij de bron aan te pakken. Kan dit niet, of is dit technisch of praktisch onmogelijk, dan moet er vervolgens gekeken worden naar collectieve beschermingsmiddelen. Is het praktisch of technisch niet mogelijk hierin te voorzien, dan pas komen de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s ) aan de beurt.

De werkgever is hierbij verantwoordelijk voor optimale arbeidsomstandigheden, het verstrekken van voorlichting aan de  werknemers en het treffen van specifieke maatregelen om risico’s weg te nemen of te beperken. 

Een belangrijk artikel uit het Binnenvaartpolitiereglement en Rijnvaartpolitiereglement is “goed zeemanschap” (art.1.04 en 1.05). Hierin staat onder andere dat de werkgever, ook bij het ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften, alle voorzorgsmaatregelen moet nemen die volgens goed zeemanschap en de omstandigheden nodig zijn om gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarbij is het belangrijk dat in eerste instantie moet worden voorkomen dat opvarenden over boord vallen. 

Daarbij moet u op het volgende letten:
  • De weersomstandigheden
  • De manoeuvreermogelijkheden van het schip en andere schepen.
  • De stabiliteitstoestand van het schip.
  • De omstandigheden en de bijzonderheden van het vaarwater.
  • Het geven van instructies aan de werknemers over het juiste gebruik van een valbeveiliging en reddingsvesten. 

Aanvullende wettelijke voorschriften zijn te vinden in onderstaande wetten en besluiten:

  • Het Rijnvaartpolitie reglement (RPR, artikel 1.16) kent hiervoor ook voorschriften die de handelingen van de werkgever in geval van ongevallen vast moet leggen.
  • De Binnenvaartwet met bijbehorende bijlagen geven technische regels voor reddingsmiddelen, onderhoud en aanvullende voorzieningen, zoals veiligheidsprocedures per scheepstype.
  • Het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR, artikel 10.05) geeft voorschriften voor reddingsmiddelen en onderhoud voor passagiersschepen met een certificaat van onderzoek.
Redden van drenkelingen (artikel 3.10 Arbobesluit)

Op arbeidsplaatsen waar gevaar voor verdrinking bestaat, moet dit gevaar zoveel mogelijk worden voorkomen en zijn doelmatige middelen voor het redden van drenkelingen op een goed zichtbare plaats beschikbaar. De Arbowetgeving beschouwt een schip als een arbeidsplaats. Als gevolg daarvan s is bijvoorbeeld een loopplank een toegangsmiddel tot een arbeidsplaats.


De werkgever is verantwoordelijk voor optimale arbeidsomstandigheden, het verstrekken van voorlichting aan de werknemers en het treffen van specifieke maatregelen om risico’s weg te nemen of te beperken. Het overboord raken moet op grond van artikel 3 van de Arbowet zo veel - in alle redelijkheid - als mogelijk is worden voorkomen. Dit kan door de volgende maatregelen te nemen:
  • Als het schip daartoe de mogelijkheid biedt een railing te plaatsen.
  • Zorg voor een net en opgeruimd dek.
  • Zorg voor, indien nodig, doelmatige verlichting.
  • Zorg voor een extra man aan dek ter assistentie van de werkzaamheden en voor aanwijzingen of alarmering naar diegene die het roer bedient.
  • Indien mogelijk een staaldraad over luik of langs de den van stuurhuis naar voorschip spannen, waaraan men zich bij werkzaamheden aan dek kan vastmaken (denk aan een doelmatig veiligheidsharnas).
  • Organisatorische maatregelen zoals niet lopen over onbekende, slecht verlichte kades of haventerreinen. Neem een lamp mee.
  • Eén hand voor jezelf en één voor het schip
  • Ook al is de kortste weg naar de poort van een haventerrein langs de kade, vermijd lopen langs de waterkant.
  • Plaats altijd een doelmatige loopplank. Vermijd klim- en klauterpartijen om aan de wal te komen. Is het absoluut technisch onmogelijk om een loopplank te plaatsen of veilig te gebruiken, bijvoorbeeld als het schip laag onder de kade ligt, zorg dan dat het alternatieve toegangsmiddel (bijvoorbeeld een ladder) minimaal dezelfde veiligheid waarborgt als een normale loopplank.
  • Laat op ruim water (bijvoorbeeld het IJsselmeer) in het donker bij voorkeur geen werkzaamheden aan dek uitvoeren. Een drenkeling terugvinden in roerig water in het donker is uiterst moeilijk.

Aanvullende wettelijke voorschriften zijn te vinden in onderstaande wetten en besluiten:

  • Het Rijnvaartpolitie reglement (RPR, artikel 1.16) kent voorschriften die de werkgever verplichten tot het vastleggen van handelingen in geval van ongevallen.
  • De Binnenvaartwet en de bijbehorende bijlagen geven technische regels voor reddingsmiddelen, onderhoud en aanvullende voorzieningen zoals veiligheidsprocedures per scheepstype
  • Het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn (ROSR) geeft voorschriften aangaande de uitrusting met reddingsmiddelen en het onderhoud hiervan. 

Als alle hiervoor genomen maatregelen om het te water raken te voorkomen ontbreken of mogelijk zouden kunnen falen, overweeg dan welke persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar zijn om de gevolgen van het te water raken zoveel mogelijk te beperken. Denk daarbij aan de volgende mogelijkheden:

  • Draag aan dek altijd een zwem- of reddingsvest. Een reddingsvest is een persoonlijk beschermingsmiddel.
  • Draag bij duisternis een reddingsvest dat voorzien is van een lampje.
  • Controleer regelmatig, bijvoorbeeld één keer per week, of alle reddingsboeien nog aanwezig zijn (deze worden nog wel eens gestolen) en of de lijnen niet in de war zijn.
  • Draag schoenen of laarzen die in het water makkelijk uit te trappen zijn.
Bij duisternis kan voor het zoeken naar een drenkeling gebruik worden gemaakt van een zoeklicht. Gebruik een reddingboei met licht als eerste reddingshandeling door deze zo snel mogelijk na het te water raken naar of in de richting van de drenkeling te werpen. Dit vergemakkelijkt ook de waarneming van het slachtoffer.
 
 
Zwemtrap
Zorg altijd - zeker bij leeg schip - voor een gebruiksklare zwemtrap. Het is aan te bevelen om deze zwemtrap in de haven op een doelmatige plaats buitenboord te hangen. Deze zwemtrap moet treden met een profiel hebben en lang genoeg zijn om ook met een leeg schip twee treden onder water te hebben. Bedenk dat het uiterst moeilijk is om een volwassen man met natte kleding weer aan boord te trekken. Indien de drenkeling nog niet onderkoeld of verstijfd is, kan hij zelf via de zwemtrap weer aan boord klimmen.

Maak (een) procedure(s) om in geval van man over boord de drenkeling zo spoedig mogelijk terug aan boord te krijgen. Denk hierbij aan:
  • Alarmering naar de bemanning.
  • Vastleggen van de positie.
  • Gooi een reddingboei met licht en houdt de drenkeling in het oog.
  • Tenminste één persoon blijft continu wijzen naar de drenkeling.
  • Geef de positie van de drenkeling regelmatig door.
  • Alarmering per marifoon.
  • Waarschuw de overige scheepvaart / walpost.
  • Verzoek om assistentie.
  • (M)an O(ver) B(oord) procedures in werking zetten.
  • De bijboot klaar maken en te water laten.
  • Rust de bemanning van de bijboot uit met draagbare communicatiemiddelen en een reddingsvest.
  • De drenkeling zo horizontaal mogelijk bergen en vervoeren.
  • Coördinatie aan dek door één persoon.
  • Eerste hulp door EHBO-ers onder de bemanning.
  • Gebruik een isolatiedeken uit de EHBO kist.
  • De werkgever (of die daartoe bevoegd is) alarmeert zo nodig hulpdiensten.
  • Houd de drenkeling in de gaten, laat hem niet alleen achter.
  • Let op eventuele symptomen van onderkoeling. Breng de drenkeling eventueel over naar de wal.
  • Geef een (onderkoelde) drenkeling absoluut geen alcohol te drinken.

Onderstaand een opsomming van de middelen die verplicht en/of eventueel aanvullend aan boord aanwezig moeten zijn om ingezet kunnen worden voor het redden van een drenkeling:

Als er een drenkeling gered moet worden, moet u het onderstaande goed in acht te nemen: een drenkeling kan op verschillende manieren uit het water worden gehaald. De redder kan een natte of droge redding uitvoeren. Bij een natte redding gaat de redder het water in en zwemt naar de drenkeling en spreekt hem toe. Aangekomen bij de drenkeling, pakt de redder de drenkeling vast, en vervoert de drenkeling in een van de vervoersgrepen terug naar de kant. Zonder goede thermische bescherming of reddingsvest krijgt een drenkeling, maar ook een redder te maken met twee grote gevaren, namelijk onderkoeling (hypothermie) en verdrinking.

Door te zwemmen wordt het warmteverlies vergroot en de overlevingstijd verkort. Zwemmen is dus niet de meest ideale methode, omdat het veel energie van de spieren vraagt. Blijf dus alert op het gevaar voor het eigen lichaam en zeg tegen de te redden persoon om zo stil en rustig mogelijk te blijven (zo weinig mogelijk te bewegen) en maak gebruik van het drijfvermogen van het lichaam en van het reddingsvest.
 

Matroos verdrinkt na kapseizen ponton08-09-2009 12:20
Een matroos is in de Sloehaven bij Vlissingen verdronken. Hij werkte op een ponton dat tijdens het lossen van grote buizen door nog onbekende oorzaak kapseisde. Een ander opvarende kon kort na het ongeval uit het water worden gered. 

De verdronken matroos was uren vermist. Omstreeks 15.30 uur werd zijn lichaam geborgen. Het Landelijke Dregteam van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) kon het stoffelijk overschot van de 24-jarige man uit Heerhugowaard lokaliseren, waarna duikers van de brandweer het lichaam konden bergen. Met behulp van sonarapparatuur ontdekte het KLPD op ongeveer acht meter uit de kade en op ongeveer zeven meter diepte, een echo op de bodem van de haven. Duikers van de brandweer werden naar de plek geleid en troffen inderdaad daar het lichaam van de matroos aan. De Waterpolitie van het KLPD stelt een onderzoek in naar het ongeval.
(Bron ANP)
 
 
Vermiste matroos blijkt verdronken 
SLIEDRECHT -  De politie heeft in de haven van Sliedrecht het stoffelijk overschot gevonden van de sinds zondagavond vermiste matroos uit Friesland. 

Na een zoekactie met sonarapparatuur vond de politie het lichaam in het water vlakbij de plaats waar de 33-jarige matroos het laatst gezien was door een vrouw op een nabijgelegen schip. Volgens de schippersvrouw liep de matroos met een rugzak uit balans over schepen in de haven. Na onderzoek door een GGD-arts blijkt de doodsoorzaak van de matroos verdrinking te zijn.
 
 
Poolse matroos verdronken na val in Friesland
(Novum) - Een 40-jarige Poolse matroos is vrijdag omgekomen na een val in het water in het Friese Kootstertille. Omstanders redden hem uit het water langs de Pinksterblomstraat en reanimeerden hem, maar hij overleed later in het ziekenhuis in Drachten.

De man werkte als matroos op een Duits vrachtschip, dat voor de kade lag en werd gelost. Omstanders zagen dat de man overboord viel en probeerden direct hem uit het water te redden. Toch duurde het volgens de politie meerdere minuten voordat het lichaam werd gevonden. Of er drank in het spel was, is onduidelijk.

 
Matroos verdrinkt na taalproblemen 
HEEL - Taalproblemen veroorzaakten dinsdagochtend vroeg flinke vertraging in het opstarten van een zoekactie, nadat in de sluis in Heel (Limburg) een matroos te water was geraakt. Volgens de politie zag een Franse schipper hoe de Tsjechische matroos van een Duits schip rond half vijf overboord sloeg en te water raakte. De schipper, die alleen maar Frans spreekt, sloeg alarm bij de sluiswacht. Die verstond echter geen Frans en had geen idee waar de schipper het over had. Pas een half uur later werd duidelijk dat een man overboord was en werden duikers van de brandweer gealarmeerd. Die vonden ruim een uur later het stoffelijk overschot van de matroos. 
 
 
Ga naar boven