Dit document geeft een specifieke uiteenzetting voor het inzetten van werknemers van 16 en 17 jaar (jeugdigen) in de tankvaart en de daaraan verbonden regels en beperkingen. Uit recent verrichte inspecties is naar voren gekomen dat het werken met jeugdigen in de tankvaart een punt van aandacht is. 

Het is verboden jongeren (jeugdigen en kinderen) te laten werken of bloot te stellen aan stoffen die benoemd worden in artikel 4.105 van het Arbobesluit, waaronder CRM-stoffen: Carcinogeen (kankerverwekkende) – Reprotoxisch (voor de voortplanting giftige) - Mutageen (stoffen die het erfelijk materiaal aantasten) zie Definities; en lijst met car-mut-repr-stoffen 2007).  Dit betekent dat alle werkzaamheden die betrekking hebben op het werken met deze stoffen zoals laden, lossen, monstername en leiding spoelen voor jongeren verboden zijn. 

Daarnaast staan in artikel 4.106 van het Arbobesluit stoffen genoemd waarmee jeugdigen alleen onder deskundig toezicht van een volwassene mogen werken. Als deskundig toezicht niet aanwezig is, of de gevaren door de werkgever niet kunnen worden weggenomen, dan mogen ook deze werkzaamheden niet door jeugdigen uitgevoerd worden. 

Jeugdige werknemers in de tankvaart hebben doorgaans nog maar net de beschermde schoolomgeving verlaten en komen voor het eerst in aanraking met een minder op hen afgestemde werkplek. De fysieke en mentale ontwikkeling is nog in volle gang. Jeugdige werknemers kenmerken zich over het algemeen door een geringer besef van gevaren, speelsheid, grotere beweeglijkheid, minder verantwoordelijkheidsbesef en minder aandacht voor de persoonlijke gezondheid.

Als jeugdigen worden ingezet voor werkzaamheden aan boord van tankschepen moet er met deze kenmerken rekening worden gehouden. In de tankvaartbranche zijn de risico’s voor een ongewenste gebeurtenis nadrukkelijk aanwezig. Een gedegen instructie, voorlichting en toezicht door de werkgever op de naleving door de jeugdigen is een absolute basisvoorwaarde!

Naast een beschrijving van het risico worden diverse aanbevelingen en praktische handvatten geboden. Daar waar u een onderstreept tekstgedeelte ziet, vindt u meer informatie door op de onderstreepte tekst klikken.
Inleiding
In de tankvaart komt het vaak voor dat het gezin aan boord woont. Vooral de niet schoolgaande kinderen wonen permanent aan boord. Deze groep wordt niet bedoeld met jeugdigen in de zin van het Arbobesluit. Wel zijn er bepalingen in het ADN 8.3.1 waarin beschreven wordt dat personen, die geen onderdeel van de bemanning zijn, zich niet of alleen in de ladingzone mogen bevinden. Personen onder 14 jaar mogen niet aan boord zijn, wanneer er in ADN deel 3.2 Tabel C, kolom 19, twee blauwe kegels of lichten worden vereist.

Aan boord kunnen jongeren onder worden verdeeld in de volgende categorieën:
  • Jongeren die in gezinsverband aan boord wonen, maar niet werken.
  • Werkende jongeren
In de zin van de Arbeidstijdenwet zijn de werkende jongeren vervolgens onder te verdelen in:
  • Kinderen 15-jarigen
  • Jeugdigen 16-, en 17-jarigen
Alleen jeugdigen mogen onder voorwaarden als werknemer worden ingezet in de tankvaart.
 
Lading risico’s
Zoals in de inleiding al genoemd is het verboden jeugdigen te laten werken of bloot te stellen aan stoffen die genoemd worden in artikel 4.105 van het Arbobesluit, waaronder CRM-stoffen. De risico’s van blootstelling aan dergelijke stoffen hebben op jeugdige leeftijd niet direct gevolgen, maar kunnen zich op latere leeftijd openbaren. Uit onderzoek komt naar voren dat de concentraties van ophoping van schadelijke stoffen hoger liggen bij volwassenen dan bij jeugdigen. Voor de moeilijk afbreekbare stoffen, zoals dioxines, PCB’s,HCB’s en voor de metalen cadmium en lood geldt dat ze zich opstapelen in het lichaam bij het ouder worden. In dat geval spreken we van een chronische vergiftiging waarvan de oorzaak een aanraking of blootstelling aan een kleine hoeveelheid giftige stof over een langere periode is.

Dragen van reddingsvesten (zie ook het onderwerp Verdrinking)
Naast de problematiek van de CRM-stoffen worden ook in de tankvaart op andere onderdelen nog steeds gevaarlijke situaties aangetroffen. Een deel van deze risico’s komen niet alleen in de tankvaart voor, maar gelden voor de gehele binnenvaart. Het gaat bijvoorbeeld om het niet gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (reddingvest). Bij werkzaamheden of passages aan dek waarbij jeugdigen een verhoogd risico lopen te water te raken is het dragen van een reddingsvest verplicht. De werkgever (en zeker de schipper) moet er op toezien dat jongeren (en andere werknemers) in deze situaties een reddingsvest volgens norm EN 395 of EN 396 dragen. 

Bijkomende risico’s bij het te water raken maken de situatie echt gevaarlijk. De kans is groot dat bij het te water raken een hard voorwerp (scheepswand, walkant, of drijvend voorwerp) wordt geraakt. Het risico om het bewustzijn te verliezen door een dergelijke klap is groot. In de Binnenvaart Branche RI&E onderdeel verdrinken worden hier ook vragen over gesteld. 

Hieronder vindt u verwijzingen naar relevante documenten en rapporten:

 

Dit onderdeel geeft aan welke doelvoorschriften uit de Arbowetgeving aan boord van tankschepen gelden. Voor jeugdige werknemers gelden niet alleen de regels in de Arbeidstijdenwet. Ook in de Arbowet en het Arbobesluit staan voorschriften. Hierin worden een aantal verplichtingen voor de werkgever vastgelegd.

Onderstaand volgt een opsomming van de relevante wet- en regelgeving over dit onderwerp:

Naast het bovenstaande verstrekt SDU Uitgevers voor een groot aantal onderwerpen op het gebied van arbeidsomstandigheden een praktische uiteenzetting in de vorm van zogenaamde Arbo-Informatiebladen (AI-bladen). Voor jeugdigen op de werkvloer is het AI blad -30 jeugdigen uitgegeven. Deze AI-bladen bevatten toegankelijke informatie over hoe u in de praktijk moet omgaan met de samenhangende wettelijke regels en beleidsregels.
 
Risico Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E)
Werkgevers zijn verplicht alle gevaren op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn in hun bedrijf te inventariseren. De werkgever moet de Arborisico´s in zijn bedrijf zoveel mogelijk beperken. De maatregelen die hij daarvoor neemt, moeten  in de RI&E vermeld worden. Alle werknemers, ook jeugdigen, hebben het recht de RI&E op te vragen. Loopt een jongere op het werk specifieke gevaren dan moet hij of zij een arbeidsgezondheidsonderzoek (PAGO,Periodiek Arbeids geneeskundig OnderzoekArbeidsbesluit 1.35 t/m 1.39 ) kunnen laten uitvoeren.

Aandachtspunten RI&E voor jeugdigen:
  • Wat is/zijn de leeftijd(en) van de in dienst zijnde jeugdige(n)?
  •  Wat is /zijn de (voor)opleiding(en) van de jeugdige(n)? Wat moet(en) hij/zij nog weten om goed en veilig te kunnen werken?
  • Wat zijn de specifieke gevaren op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn?
  • Hoe ziet de werkplek eruit?
  • Met wat voor stoffen en fysische factoren krijgt de jeugdigen te maken?
  • Hoe lang moet hij/zij er mee werken?
  • Welke arbeidsmiddelen worden er gebruikt en waarom?
  • Zijn er veiligheidsbrillen, speciale kleding, helmen en schoeisel aanwezig?
  • Wat zijn de (totale) bedrijfsactiviteiten?
  • Hoe is de inrichting en de organisatie van het bedrijf?  

Voorlichting risico’s
De werkgever is verplicht alle werknemers voor te lichten over risico’s op het werk. Hij moet hen ook voorlichten over alle veiligheidsmaatregelen die hij heeft genomen. Bijvoorbeeld over de aanschaf van beschermende kleding of het afschermen van machines.

Inleiding
In de praktijk blijkt dat er veel onbekendheid en onduidelijkheid bij werkgevers bestaat over de werkzaamheden die werknemers of stagiaires van 16 of 17 jaar (jeugdigen) wel of niet mogen uitvoeren. Voor wat betreft de positie van de jeugdigen is het onderstaande van toepassing.

De brancheorganisaties en de maritieme opleidingen in de tankvaart dienen zich goed te informeren over welke werkzaamheden verboden zijn. Denk daarbij aan het werken met kankerverwekkende, voor de voortplanting giftige stoffen en stoffen die het erfelijk materiaal aantasten. Tevens dienen zij te weten welke werkzaamheden alleen onder deskundig toezicht mogen worden uitgevoerd. In het Arbobesluit staan overigens meer verboden werkzaamheden en werkzaamheden die alleen onder toezicht mogen worden uitgevoerd.

Een volgend advies is om meer structureel in de maritieme opleidingen, voor zowel de werkgever als de werknemer, aandacht te besteden aan onderdelen van de Arbowet die in het bijzonder voor de tankvaart relevant zijn. Dit is noodzakelijk om aan te geven wie, waar en wanneer verantwoordelijk is. Dit kan bijvoorbeeld als onderdelen worden ondergebracht in de lesprogramma’s over veiligheid. Daarbij dient niet alleen aandacht te zijn voor veiligheid, maar ook voor gezondheid en de specifieke positie van 16 en 17 jarigen in relatie tot de eigen verantwoordelijkheid, rechten en plichten van deze aankomende werkenden in de tankvaart.

De meest voor de handliggende oplossing is om jongeren van 16 en 17 jaar alleen in te zetten op tankers die geen CRM stoffen vervoeren. Daar kunnen zij dan de grondbeginselen leren en later overstappen naar de vloot schepen die wel deze CRM stoffen vervoeren. De (leerling-) matrozen zijn dan ook ouder en zijn zich meer bewust van de eigen verantwoordelijkheid.
 
Nascholing
De aanbeveling aan de brancheorganisaties en sociale partners is om meer aandacht te besteden aan praktische ondersteuning van werkgevers om zo hun bemanning goed te kunnen aansturen op veilig gedrag. In het bijzonder wanneer het gaat om het werken met jeugdigen en buitenlandse bemanningen.
 
Het lijkt erop dat oplossingen voor het probleem jeugdigen in de tankvaart alleen bereikt kunnen worden door goede samenwer­king. Er worden door scholen en bedrijven verschilleden initiatieven genomen om te zorgen voor een betere communicatie.

De realiteit is echter weerbarstig. Docenten hebben het vaak te druk om stageplaatsen te bezoeken en les te geven. Schippers hebben hun eigen schema waar ze zich aan moeten houden en kunnen zich niet aanpassen aan de agenda van de docenten. En de beginnend matroos neemt veel tijd in beslag.

Leerling-matrozen zijn nog jong en hebben vaak weinig verantwoordelijkheidsgevoel. Dit betekent niet dat de situatie niet kan veranderen, maar er moet wel gezocht worden naar oplossingen waar de school, de tankvaartbranche en de leerlingen zich in kunnen vinden. Deze oplossingen kunnen echter alleen gevonden worden als alle drie de groepen een bijdrage leveren maar tegelijkertijd ook offers brengen door tijd en geld te investeren.

Op schepen waar situaties zich (regelmatig) voordoen waarin een jeugdige (16 of 17 jaar) niet mag werken of zelfs maar in de ladingzone aanwezig mag zijn, kan de jeugdige dus niet in de vaste bemanning (A1, A2, B) opgenomen worden. In deze situaties moet er een (financiële, ruimtelijke) gelegenheid zijn om de jeugdigen als overcompleet mee te nemen. Tijdens situaties waarin zij voor werkzaamheden niet in de ladingzone mogen komen, kunnen zij buiten de ladingzone werken/leren. De werkzaamheden die jeugdigen dan wel kunnen doen zijn o.a.:
  • Verfonderhoud op het voor- en achterschip, mits geen situatie ontstaat waarbij de kans op blootstelling van gevaarlijke stoffen aanwezig is.
  • Onderhoud machinekamers.
  • Stuurhut omgang lading(computer)programma’s.
  • Assisteren bij aan- en afmeerwerkzaamheden.
Dit alles met inachtneming van de Arbeidstijdenwet en Arbowet.

De branche moet jongeren zien te motiveren voor de binnenvaart. Helaas laat deze motivatie nog wel eens te wensen over, zie een citaat uit een interview. De motivatie van de jeugd valt of staat met de motivatie van de werkgever en collega’s.
 
Ga naar boven