1 Inleiding

Gevaarlijke stoffen zijn stoffen met gevaarlijke eigenschappen. Op basis van internationale verdragen zijn deze stoffen in de nationale wetgeving aangegeven als gevaarlijk voor mens dier en/of milieu. Op het werk, maar ook thuis, zijn veel meer gevaarlijke stoffen aanwezig dan mensen denken. Door het nemen van eenvoudige maatregelen is het mogelijk om de vaak ernstige gevolgen van contact met gevaarlijke stoffen te voorkomen.

In de binnenvaart is een grote kennis aanwezig over het gevaar van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Bij gevaarlijke stoffen in de binnenvaart wordt vaak gedacht aan een gevaarlijke lading. Maar producten die voor het onderhoud aan boord worden gebruikt zoals ammonia, thinner, wasbenzine, enzovoort vallen eveneens onder de definitie van een gevaarlijke stof.

Een speciale categorie van gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarin voor de mens gevaarlijke, en soms zelfs dodelijke bacteriën, kunnen worden gevormd. In drinkwater dat in tanks bij temperaturen tussen de 20 ºC en 55 ºC wordt opgeslagen kan een bacterie zich heel gemakkelijk en onbeperkt vermenigvuldigen. Indien met dit water gedoucht wordt, en die persoon de dan gevormde kleine druppeltjes (aërosolen) zou inademen, kan een ziekte optreden die legionella of veteranenziekte wordt genoemd.

Ook in het airconditioning- of luchtbehandelingssysteem kan deze gevaarlijke bacterie zich verspreiden. Denk bij deze zogenaamde biologische agentia ook aan huishoudelijk afval van groente, fruit of andere levensmiddelen. Hier kan bij verkeerde opslag en bij een gemiddelde kamertemperatuur al snel een bron van schimmels en ziekteverwekkers ontstaan.

Gevaarlijke stoffen zijn onder andere stoffen die een direct (acuut) merkbaar gevaar opleveren. Deze stoffen kunnen veiligheidsbedreigend zijn, zoals brandbare stoffen of acuut giftig zijn, zoals stoffen die de werking van de lichaamsfuncties verstoren en bedwelmen of verstikken. Daarnaast kennen we gevaarlijke stoffen die pas op lange termijn schade aan luchtwegen, zenuwstelsel of de organen veroorzaken. Deze zogenaamde chronisch toxische stoffen hebben een lange tijd tussen besmetting en openbaring van de schadelijke gevolgen. Daarnaast zijn er ook stoffen die huid- en luchtwegenallergieën en zelfs kanker (zie de lijst kankerverwekkende stoffen) kunnen veroorzaken.

Besef over het werken met stoffen die gevaarlijke eigenschappen hebben hoort bij het goede zeemanschap dat we van opvarenden van binnenvaartschepen mogen verwachten.

Toch kan het gevaar van blootstelling uit onverwachte hoek komen en opvarenden verrassen. Zo zijn er de laatste tijd veel berichten over zeecontainers waarin goederen zijn gegast zonder dat hierover iets is aangetekend op de ladingpapieren. In de binnenvaart heeft dit nog niet direct tot gevaarlijke situaties geleid, maar bij het lossen van de lading uit deze containers zijn een aantal mensen al bedwelmd geraakt.

In dit document komen eerst de risico’s van blootstelling aan gevaarlijke stoffen en opname van deze stoffen in het lichaam aan de orde. Daarnaast vindt men een uiteenzetting van de wettelijke bepalingen waaraan men als werkgever en/of werknemer moet voldoen. Hoe men dit aan boord kan inrichten met betrekking tot respectievelijk de gevolgen van blootstelling aan en besmetting met gevaarlijke stoffen, het herkennen van gevaarlijke stoffen en oplossingen om veilig om te gaan met gevaarlijke stoffen aan boord komt in het hoofdstuk oplossingen aan de orde.

Door op de onderstreepte teksten te klikken gaat men naar voorbeelden en/of referentiemateriaal om het onderwerp te verduidelijken.

 

 

Afbeelding: opslag gevaarlijke stoffen in keuken

Onder gevaarlijke stoffen verstaan we hier alle stoffen, die gevaarlijk zijn voor mens of milieu.

Risico’s

In de binnenvaartsector kan men naast eventuele gevaarlijke lading aan boord met de volgende (milieu) gevaarlijke stoffen in aanraking komen:

  • Brandstoffen
  • Smeerolie en vetten
  • Koelwatertoevoegingen (vriespuntverlagers en zuurstofbinders)
  • Reinigingsmiddelen, ontvetters (elektrocleaner, trichloorethyleen (tri))
  • Bijtende stoffen (accuzuur)
  • Gassen (acetyleen, propaan, zuurstof, kooldioxide (CO2))
  • Verven (loodijzer-menie, zinkfosfaatprimer, dekverf).
  • Oplosmiddelen (thinner en aceton)
  • Radioactieve stoffen (in metaalschoot).

Een mens kan op onderstaande wijze aan gevaarlijke stoffen worden blootgesteld:

 

Opname in het lichaam

Er wordt gesproken van opname in het lichaam als de stof in het bloed wordt opgenomen. Of een stof na blootstelling en opname in het bloed vergiftigingsverschijnselen geeft of niet hangt echter niet alleen van de stof af. Vooral de dosis speelt een belangrijke rol. Om te bepalen of een stof giftig of schadelijk is, worden experimenten met bacterien en proefdieren uitgevoerd.

Elk proefdier krijgt een bepaalde zeer kleine dosis van een stof toegediend. Wanneer 50% of meer van de proefdieren overlijdt, wordt de stof giftig genoemd. Overlijdt er minder dan de helft van de proefdieren, dan wordt de proef nogmaals herhaald met een hogere dosis om op dezelfde wijze te bepalen of de stof schadelijk genoemd moet worden of niet. Hoewel er vele manieren zijn waarbij een persoon kan worden blootgesteld, zijn er drie manieren waarop een stof in ons lichaam kan binnendringen:

 

Via de ademhaling

Via de ademhaling kunnen we stof, gas damp en nevel binnen krijgen. Sommige stoffen beschadigen de longen en de luchtpijp meteen, andere stoffen werken pas na veel langere tijd.

Een voorbeeld van een stof die direct werkt is zoutzuur, de damp tast de longen zeer snel aan. Asbest is een stof die pas veel later werkt. De tijd tussen inademen en de gevolgen (longkanker) kan soms wel tientallen jaren duren.

De mens beschermt zichzelf van nature tegen het inademen van stof. In de neus zitten haartjes die de grootste deeltjes wegfilteren. Iets kleinere deeltjes blijven plakken aan het slijm in de luchtpijp. Nog kleinere deeltjes blijven steken aan de ingang van de longblaasjes. De kleinste deeltjes kunnen echter zelfs tot in de longblaasjes doordringen en hier in de bloedsomloop worden opgenomen.

 

Via de spijsvertering

De opname van gevaarlijke stoffen via de spijsvertering is bijvoorbeeld eten in een vuile omgeving, waar veel stof is, en eten met vuile handen of met vies bestek. Ook sigaretten draaien en oproken, kauwgom kauwen, snoepen en medicijnen innemen, moeten we niet in een vuile omgeving of met vuile handen doen. Vooral vloeibare en vaste stoffen nemen we op via de mond. Dat kan gebeuren doordat het eten of drinken besmet is met gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld door etenswaren aan boord te bewaren in een herft in de buurt van verf of chemicaliën (onverpakte voedingsmiddelen zoals groente en fruit kunnen sommige schadelijke dampen opnemen).

Via de huid

Door de huid nemen we bepaalde vloeistoffen op. Een voorbeeld hiervan zijn oplosmiddelen. De huid heeft een beschermlaagje dat vet is. Door oplosmiddelen verdwijnt dat laagje. Daardoor kunnen die stoffen door de poriën van de huid heen in het bloed terechtkomen. Een voorbeeld van een dergelijk stof is benzeen. Benzeen zit o.a. in benzine, deze stof kan jaren later kanker veroorzaken. Daarom kan het gevaarlijk om de huid met mogelijk benzeen bevattende ontvettende middelen schoon te maken.

Opname via de huid kan ook via werkkleding die nog reststoffen kan bevatten van vorige werkzaamheden. Bij aanraking van de huid met stoffen in de kleding kunnen deze stoffen alsnog tot ernstige reacties leiden. Denk om deze reden ook bij werkzaamheden in de machinekamer voor het regelmatig wisselen en weggooien van poetsdoeken in de daarvoor bestemde speciaal gemarkeerde afvalbak.

 

Afbeelding: afval emmer voor poetsdoeken

 

Besmetting door de huid is gemakkelijk te voorkomen door de juiste kleding te dragen: overall, dichte schoenen en vooral de juiste handschoenen. Met handschoenen kun je contact met een giftige stof voorkomen. Bovendien worden uw handen minder vuil, zodat je ze niet met oplosmiddelen hoeft schoon te maken.

Er zijn twee manieren waarop besmetting door de huid nog sneller gaat. De eerste is via een open wond(je). Zelfs door het kleinste wondje kunnen stoffen direct in het bloed terechtkomen. Mede daarom is het zo belangrijk dat je iedere verwonding meteen laat behandelen en schoonmaken.

De tweede manier is besmetting door de slijmvliezen. Die zijn dun en vochtig. Hierdoor laten ze veel makkelijker stoffen door dan de rest van de huid. Slijmvliezen hebben we bij de ogen, de neus, de mond en de geslachtsdelen. Kom dus niet aan deze lichaamsdelen met vuile handen (ogen uitwrijven, toiletbezoek).

 

De gevolgen van blootstelling

Hoeveel schadelijke stof het lichaam uiteindelijk opneemt, hangt onder andere af van:

  • De concentratie van de stof, zie grenswaarde.
  • De duur van de blootstelling.
  • Het oppervlak van de huid dat in aanraking is geweest met de gevaarlijke stof.
  • De plaats van aanraking (dikte van de huid).
  • De temperatuur (een hoge temperatuur veroorzaakt een snellere opname via de huid, omdat de poriën verder openstaan).
  • De zwaarte van het werk (zwaar werk veroorzaakt een snellere en diepere ademhaling, waardoor meer gif wordt ingeademd).

 

Afbeelding: giftige stoffen

 

De werking van giftige stoffen varieert nogal. We onderscheiden twee soorten vergiftiging:

  • Acute vergiftiging; na eenmalige blootstelling aan een giftige stof, waarbij de verschijnselen over het algemeen snel merkbaar zijn.
  • Chronische vergiftiging; na langdurige en herhaaldelijke blootstelling aan een giftige stof of eenmalige blootstelling aan een stof die pas na lange tijd de schadelijke uitwerking openbaart. De schadelijke gevolgen zijn pas na jaren merkbaar.

Over het algemeen kunnen we een onderscheid maken in: systeem- en contactwerking en in een specifiek of a-specifiek effect van een gif.

 

Systeemwerking

Van systeemwerking is sprake wanneer een stof het lichaam binnendringt en via het bloed de werking van bepaalde organen gaat verstoren. Bijvoorbeeld het zenuwstelsel of de hersenen.

 

Contactwerking

Van contactwerking is sprake wanneer de stof niet door het bloed ge­transporteerd wordt, maar direct invloed heeft op de werking van de huid, ogen, slijmvliezen, keel en luchtwegen. Veel allergiën zijn het gevolg van contactwerking.

 

Specifieke effecten

Specifieke effecten zijn effecten van een giftige stof die slechts door een stof veroorzaakt wordt. Zo is Asbestose een specifiek effect van asbest.

 

A-specifieke effecten

A-specifieke effecten zijn effecten die door meerdere stoffen veroorzaakt kunnen worden. Wanneer a-specifieke symptomen optreden is het lastig om te bepalen welke stof verantwoordelijk is voor deze symptomen. De volgende verschijnselen zijn algemene vergiftigingsverschijnselen en zijn daarom ook a-specifieke effecten zoals:

  • Hoofdpijn
  • Duizeligheid
  • Misselijkheid
  • Braakneigingen
  • Hartkloppingen
  • Benauwdheid en wazig of dubbel zien

Verder kunnen giftige stoffen de volgende ernstige gevolgen hebben:

  • Carcinogene werking; Dit wil zeggen dat de stof kankerverwekkend is.
  • Mutagene werking; Mutagene stoffen veranderen de erfelijke eigenschappen, waardoor afwijkingen kunnen ontstaan bij het nageslacht, zie ook de lijst metmutagene stoffen.
  • Reprotoxische werking; Deze stoffen zijn schadelijk voor het ongeboren kind.

Bijtende stoffen

Bijtende of corrosieve stoffen kunnen bij contact materiaal aantasten. Zo kunnen zuren metaal aantasten. Ook levend weefsel kan door een bijtende stof zo aangetast worden dat het afsterft of zelfs volledig oplost! Bijtende stoffen tasten de huid, de ogen en de luchtwegen aan. Het etiket dat bij deze categorie hoort, getuigt daarvan.

Bijtende stoffen verschillen nogal in hun bijtende eigenschap. Sommige stoffen zorgen ervoor dat weefsel afsterft, anderen irriteren alleen maar. In bepaalde gevallen gaat de bijtende stof dwars door je huid heen en vernietigt het weefsel eronder. Soms tot op het bot! Sommige stoffen hebben bovendien de eigenaardige eigenschap dat je niet meteen een hevige pijn voelt. Soms prikt of jeukt het een beetje. De pijn komt naderhand als het te laat is! Accuzuur is hier een voorbeeld van.

Bijtende stoffen kunnen we in twee hoofdcategoriën onderverdelen: zuren en logen. Beide stoffen zijn even gevaarlijk. Zuren en logen zijn elkaars tegengestelden. Als je een zuur en een loog bij elkaar mengt, heffen ze elkaars bijtende werking op. Dit gaat meestal gepaard met een heftige reactie (borrelen, spatten, warmteontwikkeling) en de ontwikkeling van (gevaarlijke) gassen.

Als een bijtende stof met bepaalde andere stoffen in aanraking komt, kunnen gevaarlijke gassen ontstaan. Deze gassen kunnen giftig, schadelijk, ontvlambaar, irriterend, of zelfs bijtend (corrosief) zijn. Bijtende stoffen kun je in allerlei vormen tegenkomen, als vloeistof, maar ook als damp, gas of als vaste stof (korrels, schilfers of poeder).

Bij het werken met bijtende stoffen moeten extra beschermingsmaatregelen getroffen worden. Bij het werken met accu's kan men met het daarin aanwezige zwavelzuur in aanraking komen.

 

 

Afbeelding: blootstelling aan accuzuur

Elke gevaarlijke stof brengt een ander risico met zich mee. Het Arbobesluit bespreekt de gevaren en risico’s dan ook apart. Niet alleen het Arbobesluit staat uitgebreid stil bij gevaarlijke stoffen. Ook andere wet- en regelgeving aangaande gevaarlijke stoffen is van kracht.

De gevaarlijke eigenschappen worden onderverdeeld in gevarenklassen of gevarencategorieën. De vervoerswetgeving met betrekking op de binnenvaart, het ADN, spreekt van klassen. De wetgeving voor aflevering en gebruik van gevaarlijke stoffen spreekt van categorieën. De indelingen van beide wetten zijn niet precies dezelfde.

Onder gevaarlijke stoffen moeten we ook allerlei samenstellingen met gevaarlijke stoffen verstaan. Deze worden preparaten genoemd. Vanaf een bepaalde verdunning, die voor elk product verschillend is, behoeven preparaten niet meer als ‘gevaarlijk’ te worden aangemerkt.

Per 1 juni 2007 is de uitvoeringswet EG-verordening Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen (REACH) gedeeltelijk in werking getreden. Verdere bepalingen ten aanzien van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen in hoofdstuk 9 van de Wet milieubeheer.

De VROM-inspectie, de Voedsel en Waren Autoriteit, de Inspectie Verkeer en Waterstaat en de Arbeidsinspectie gaan nauw samenwerken bij de handhaving van REACH. Voor werkgevers betekent dit dat men met één inspectiedienst voor REACH als aanspreekpunt en uitvoerder te maken krijgt. REACH is niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren.

Afhankelijk van de uitvoering van het bedrijfsproces is verschillende wetgeving van toepassing, zoals hieronder wordt aangegeven:

  • De Wet milieubeheer en REACH hebben betrekking op het gebruik van gevaarlijke stoffen voor onderhoud en schoonmaakwerkzaamheden aan boord.
  • De Wet vervoer gevaarlijke stoffen en het Accord Européen relatif au Transport International des Marchandises Dangereuses par voie de Navigation du Rhin (ADN) hebben betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen.
  • Aangaande de opslag van gevaarlijke stoffen aan boord geven zowel de relevante binnenvaartwetgeving (Binnenschepenbesluit en ROSR) als het ADN richtlijnen voor inrichting van bijvoorbeeld gasbeunen en dekkisten met ontvlambare stoffen.
  • De afvalstromen aan boord (waaronder zich ook gevaarlijke stoffen bevinden) zijn sinds 1 november 2009 onderhavig aan het verdrag inzake verzameling, afgifte en inname van afval in de Rijn en binnenvaart; Raadpleeg hierover het “Handboek Scheepsafvalstoffen verdrag”.
  • Bij het ontstaan van vervuiling door lading spillage of lek raken van tanks na een ongeval gelden de regels van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

De natuurlijke of rechtspersonen die met chemische stoffen omgaan moeten onder deze richtlijn, in overeenstemming met de beoordeling van de risico’s van hun stoffen, de nodige risicobeheersmaatregelen nemen en relevante aanbevelingen doorgeven in de toeleveringsketen. Dit houdt in dat risico’s in verband met de productie, het gebruik en de verwijdering van elke stof op passende en transparante wijze worden beschreven, gedocumenteerd en gemeld. Dit betekent dat de werkgever de verantwoordelijkheid krijgt om risico’s van deze producten in kaart te brengen en zo nodig maatregelen te nemen om mens en milieu te beschermen. Dit geldt voor fabrikanten van stoffen en preparaten als verf en reinigingsmiddelen, maar ook voor importeurs, distributeurs en professionele gebruikers. Het gebruik van gevaarlijke stoffen aan boord valt hier ook onder.

In de EG verordening (REACH) en de Wet milieubeheer worden verder de volgende zaken geregeld:

  • Een meldingsplicht voor alle nieuwe (gevaarlijke) stoffen die op de markt worden gebracht.
  • Regels voor de etikettering van gevaarlijke stoffen.
  • Regels voor de verpakking van gevaarlijke stoffen.
  • De verplichting van de producent om een veiligheidsinformatieblad beschikbaar te stellen.
  • Het verbod op werkzaamheden met bepaalde stoffen (bijvoorbeeld asbest). al enkele jaren is het voorhanden hebben van asbest verboden tenzij deze asbest zodanig is ingepakt door het vrijkomen van deeltjes uitgesloten is. Denk aan de isolatie van uitlaten van ketels en motoren.

Werken met gevaarlijke stoffen vereist dat werkgevers en werknemers goed geïnformeerd zijn over de risico’s van het werken met die stoffen. Een etiket op de stoffen geeft de eerste noodzakelijke informatie om er zonder nadelige gevolgen mee te werken. Wanneer een etiket ontbreekt op de verpakking van de stoffen moet je direct contact opnemen met de leverancier.

Een etiket moet voorzien zijn van:

  • Handelsnaam van de stof of het preparaat
  • De chemische benaming van de gevaarlijke stoffen
  • Bijbehorend symbool (gevaarsymbolen hebben voorgeschreven afmetingen en moeten zwart zijn met oranje-gele achtergrond)
  • Risk-zinnen (geven bijzondere gevaren aan)
  • Safety-zinnen (geven veiligheidsaanbevelingen )
  • De leverancier
  • Overige informatie
  • Duidelijke tekst (ook als de lading uit China komt?)

Verder moet een etiket:

  • Onuitwisbaar zijn
  • Goed zichtbaar zijn
  • Duidelijk leesbaar zijn
  • Stevig zijn aangebracht

Naast een etiket moet de  leverancier of verzender je ook een Veiligheidsinformatieblad (VIB) geven. De eisen voor verpakking en etikettering van gevaarlijke stoffen zijn beschreven in de artikelen 4.1c-1lid i en 4.112 van het Arbobesluit en in Beleidsregel 4.1.c-2.

Eén van de zaken die geregeld wordt in de Wet Milieubeheer is de herkenbaarheid van gevaarlijke stoffen. De Wet milieubeheer schrijft voor hoe de fabrikant of degene die de stof in Nederland invoert door middel van een etiket gevaarlijke stoffen herkenbaar moet maken. Gevaarlijke stoffen zijn dus altijd herkenbaar aan de verpakking. Het gevaar wordt door middel van een symbool aangegeven. 



Afbeelding: etiketten op verpakking 5

 

De etiketplicht uit de Wet Milieubeheer is niet van toepassing op:

  • Vervoer van gevaarlijke stoffen;
  • Gevaarlijk afval.
  • Voedingsmiddelen.
  • Cosmetica.
  • Bestrijdingsmiddelen.
  • Explosieven.
  • Geneesmiddelen.

Hiervoor is aparte wetgeving van toepassing, met afwijkende etiketplicht. Op geneesmiddelen behoeft bijvoorbeeld geen doodskop te staan.

Op het etiket staan ook de zogenaamde R- en S-zinnen vermeld. R(isico)-zinnen geven de bijzondere gevaren van de betreffende stof aan en de S(afety)-zinnen de veiligheidsaanbevelingen tegen die gevaren. Alle R- en S-zinnen hebben een nummer. Soms zijn alleen de nummers op het etiket vermeld. In het chemiekaartenboek en andere handboeken zijn de bijbehorende zinnen op te zoeken. Meestal staan de zinnen achter de nummers vermeld.

Productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen zijn aan strenge voorschriften gebonden. Voor iedere gevaarlijke stof die in uw bedrijf geproduceerd dan wel gebruikt of vervoerd wordt gelden specifieke maatregels.

 

De toekomst
GHS, voluit Globally Harmonised System of Classification and Labelling of Chemicals is de nieuwe wijze van indeling, kenmerking en etikettering van  chemische stoffen en preparaten. Het systeem is ontwikkeld binnen de Verenigde naties en is gebaseerd op bestaande systemen uit verschillende delen van de wereld

De motivatie om te komen tot een internationaal eenduidig systeem is logisch; immers de verschillen per land in de aanduidingen en informatie met betrekking tot gevaarlijke stoffen waren soms erg groot; eenzelfde stof kon in één land als "giftig" aangemerkt zijn en in een ander land niet als een gevaarlijke stof aangezien worden. Ook in de veiligheidsinformatiebladen leidt dit tot onduidelijkheden; bedrijven moeten verschillende veiligheidsinformatiebladen maken voor verschillende delen van de wereld.

Het invoeren van een globaal geharmoniseerd systeem - GHS - moet deze hinderpalen voor de wereldhandel uit de weg ruimen. Nochtans blijven de specifieke symbolen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen uit het ADR naast het GHS bestaan

De invoering van GHS in de EU zal gefaseerd gebeuren:

  • voor zuivere stoffen wordt het huidige systeem behouden tot 1 december 2010; voor mengsels en preparaten wordt het behouden tot 1 juni 2015. Het GHS-etiket mag wel eerder op vrijwillige basis worden gebruikt.
  • tussen 1 december 2010 en 1 juni 2015 worden stoffen ingedeeld volgens beide systemen, maar is het GHS-etiket verplicht.
  • vanaf 1 juni 2015 vervalt het huidige systeem van indeling en etikettering en is enkel het GHS geldig.

 

Biologische agentia
Biologische agentia is een verzamelnaam voor micro-organismen zoals schimmels, bacteriën, parasieten en virussen. Biologische agentia kunnen schadelijk zijn voor de mens.

In de binnenvaart kan men door een onzorgvuldig beheer van het drinkwater met legionella besmet worden. Biologische agentia kunnen een infectie, een allergie, vergiftiging of kanker veroorzaken. Voorbeelden van andere ziekten die door biologische agentia veroorzaakt kunnen worden zijn voedselvergiftiging, diarree en malaria. In het Arbobesluit hoofdstuk 4 afdeling 9 worden biologische agentia apart naast gevaarlijke stoffen genoemd.

Daar de werking van biologische agentia op de gezondheidstoestand van het lichaam dezelfde uitwerking kan hebben als vergiftiging is het van belang om het gevaar van deze besmetting in deze catalogus te benoemen. De grootste kans om met biologische agentia in aanraking te komen is aan boord van binnenvaartschepen is door besmetting van drinkwater met legionella en het eten van bedorven voedsel in het bijzonder niet koel genoeg bewaarde vlees of vis. Het legionella beheersplan wordt later in een apart onderdeel van de Arbocatalogus uiteen gezet en oplossingen voor dit probleem worden daarin benoemt.

Informeer bij leveranciers van gevaarlijke stoffen, bij uw arbodienst of een gespecialiseerde adviseur naar veilige opslag, veilig gebruik en veilig vervoer van gevaarlijke stoffen.

Het Arbobesluit stelt dat indien op de arbeidsplaats stoffen aanwezig zijn die gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van werknemers dan wel hinder voor deze kunnen opleveren, de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht dient te worden genomen.

Werkgevers moeten volgens een arbeidshygiënische strategie de veiligheid en gezondheid van werknemers beschermen. De arbeidshygiënische strategie zoals beschreven in artikel 4.4 van het Arbobesluit is een stelsel van beheersmaatregelen voor risico’s.

Werkgevers moeten zorgen voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden van werknemers (volgens de stand van de wetenschap en kennis van professionals). Bij risico’s in het werk verlangen Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling bronmaatregelen, collectieve maatregelen en/of individuele maatregelen.

 

Bronmaatregelen
Werkgevers moeten eerst gevaren voorkomen en maatregelen nemen voordat werknemers kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Indien het mogelijk is wordt de oorzaak van het probleem weggenomen, bijvoorbeeld door een schadelijke stof te vervangen door een veiliger en niet voor de gezondheid bedreigend alternatief. Als de hierboven genoemde aanpak niet het gewenste resultaat sorteert worden voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers zodanige technische maatregelen, werkprocessen, uitrustingen en materialen toegepast dat het vrijkomen van gevaarlijke stoffen is voorkomen of zodanig beperkt.

 

Collectieve maatregelen
Als bronmaatregelen niet mogelijk zijn, moet de werkgever collectieve maatregelen nemen om risico’s te verminderen, bijvoorbeeld het plaatsen van afscherming of een afzuiginstallatie.

 

Individuele maatregelen
Als collectieve maatregelen niet kunnen of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moet de werkgever individuele maatregelen nemen. Bijvoorbeeld het werk zo organiseren dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie).

Als laatste mogelijkheid kan de werkgever gratis persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken. Dit is in principe een tijdelijke (nood)oplossing en dient tot het strikt noodzakelijke te worden beperkt.

De maatregelen op de verschillende niveaus hebben nadrukkelijk een hiërarchische volgorde. De werkgever moet dus eerst de mogelijkheden op hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen op  een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijs-principe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw.

Al bij de inrichting van werkplekken en functies moet de werkgever gevaren proberen te vermijden volgens deze arbeidshygiënische strategie. Het is toegestaan verschillende maatregelen op verschillende niveaus te combineren om de risico’s te verminderen.

Uit de Branche RI&E Binnenvaart aangaande blootstelling aan gevaarlijke stoffen komen restrisico’s die aan boord aanwezig zijn naar voren. Een Aanvullende Risico-inventarisatie en -evaluatie (ARIE) zal die risico’s bij de opslag van en het werken met gevaarlijke stoffen identificeren, inventariseren en evalueren. Ook moet je aangeven hoe je de risico’s beheerst. In sommige gevallen moet je een ongevalsscenario opstellen. Bij toezicht op werkzaamheden waar blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden is het aan te bevelen om de volgende prioriteiten in acht te nemen.

Concentreer je in eerste instantie op de mens. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de ongevallen komt door menselijk falen. Denk hierbij aan de achtergrond, opleiding en ervaring van de personen die aan boord werken om de risico’s juist in te schatten.

Hiernaast spelen de omgevingsfactoren een rol. Is er zogenaamd “heetwerk” ( snijden, branden, lassen, gutsen) in de nabijheid, kunnen er reacties van stoffen plaatsvinden. Elke locatie brengt specifieke gevaren met zich mee. Een voorpiek met slechte ventilatie en geringe verlichting is voor het ophopen van concentraties gevaarlijke stoffen risicovoller dan een gangboord waar voldoende ventilatie is. Het gebruik van machines en gereedschap verhoogt het gevaar van aanraking met gevaarlijke stoffen. Denk aan snijgevaar en een mogelijke verwonding in combinatie met koel of snijvloeistof. De gevaarlijke eigenschappen van de stoffen zelf zijn zoals eerder verwoord natuurlijk ook een zwaar wegende factor in het vaststellen van de risico’s.

Bij het vervoeren en werken met gevaarlijke stoffen moet men voorbereid zijn voor het geval dat er toch iets mis kan gaan. Zorg aan boord voor de juiste voorzorgsmaatregelen zoals wettelijk vereist. Denk ook aan uitbreiding van de EHBO uitrusting met speciale middelen voor behandeling van aanraking met gevaarlijke stoffen zoals een oogspoelfles. Wanneer er een slachtoffer is die vergiftigingsverschijnselen vertoont, is het belangrijk dat direct EHBO wordt verleend en medische hulp wordt ingeroepen. Vermeld bij het inschakelen van hulp ook altijd de naam van de stof waaraan het slachtoffer is blootgesteld en neem of geef het veiligheidsinformatieblad mee naar arts of ziekenhuis.

Het  bekende gezegde: “Voorkomen is beter dan genezen” gaat hier natuurlijk op. De beste preventie is het naleven van de voorschriften en streven naar een zo hoog mogelijk niveau van hygiëne. Daarnaast moet de werkgever voorzien in een instructie over het juiste en veilige gebruik van gevaarlijke stoffen en hierop toezien.

 

Persoonlijke bescherming, CE-markering
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)  zorgen ervoor dat de gevolgen van een ongewenste gebeurtenis worden beperkt. Om dit te kunnen doen moeten er strenge eisen aan een PBM worden gesteld. Veilige PBM’s zijn te herkennen aan een CE-keurmerk. CE staat voor Conformité Européenne. Het betreft Europese regelgeving over de minimale veiligheidseisen. Vaak wordt na de CE markering, met behulp van een code, de mate van bescherming van het betreffende PBM aangegeven. Verder is het van belang dat ze doelmatig en ergonomisch (aangepast aan de gebruiker) zijn en dat ze geleverd worden met een goede gebruiksaanwijzing.

Een voorbeeld van werken met gevaarlijke stoffen is het onderhouden van accu’s. Denk hierbij aan het meten, en bijvullen van een accu waarbij een verkeerde handeling tot morsen van accuvloeistof kan leiden. Het gemorste accuzuur kan kleding beschadigen, wonden veroorzaken en in het ergste geval indien en spatje in het oog komt tot blindheid leiden. Indien een accuruimte niet of onvoldoende word geventileerd kan het in de accu’s gevormde knalgas een explosie opleveren indien een ontstekingsbron aanwezig is.


Afbeelding: open ontstekingsbron bij accu’s

 

Een goede arbeidshygiënische strategie is het vervangen van accu’s door de nieuwere typen onderhoudsvrije accu’s. Deze accu’s zijn in aanschaf echter duurder dan de conventionele accu’s. Het zogenaamde redelijkerwijs-principe geeft hierbij een tijdelijke uitweg, waardoor de accu’s niet direct vervangen hoeven te worden. Echter de volgende stappen van de strategie vergen van de schipper/eigenaar wordt verwacht dat er een juiste ventilatie bij de opstelling van de accu’s is, dat er explosieveilige schakelingen nabij de accu zijn en dat de juiste instructie wordt gegeven over het veilige onderhoud en het gebruik van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. Op het juiste gebruik hiervan dient toezicht te worden gehouden.

Een voorbeeld van een instructie kan als volgt luiden:

  • Draag goede beschermende kleding zoals handschoenen, laarzen of zuurbestendige veiligheidsschoenen, gelaatsbescherming en een zuurbestendige overall of schort.
  • Zorg voor goede ventilatie.
  • Zorg voor goede verwerking van eventueel “morsen”.
  • Zorg altijd dat bij werkzaamheden met gereedschap nabij of boven accu’s deze afgeschermd zijn met isolerend materiaal. Een steeksleutel die per ongeluk op de polen van een accu valt kan een heftige kortsluiting veroorzaken met mogelijk een explosie van de accu tot gevolg.

De opslag van gevaarlijke stoffen moet voldoen aan de PGS 15-richtlijnen. Op de werkplek mag niet meer dan de dagvoorraad aanwezig zijn. De rest van de voorraad moet in opslagruimten zijn weggeborgen. Verpakkingen moeten de gevaarlijke stof binnen houden. Vaste stoffen moeten in siftproof zakken of drums. Vluchtige stoffen in hermetische verpakking (airtight jerrycans of drums). Gassen in lekvrije, drukbestendige gasflessen. Als jerrycans op een warme dag bol gaan staan, is dat op zich een goed teken. De stof treedt niet buiten de verpakking. Het is wel een aanwijzing, dat de opslag op een koelere plaats moet gebeuren.

Na gebruik kan de werkvoorraad het beste in een brandbestendige opslagkast worden weggeborgen.

Indien u twijfelt over de juiste inrichting van de opslag van gevaarlijke stoffen aan boord en u informatie wilt inwinnen over hoe deze opslag in te richten kan u de “Stoffenmanager” raadplegen!

 

 

Afbeelding: opslag gevaarlijke stoffen

 

Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO)
Zoals eerder beschreven kunnen de gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen zich pas na geruime tijd openbaren. Als onderdeel van de arbeidshygiënische strategie is ook het vaststellen  van de mogelijke schadelijke gevolgen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen van belang.

De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop is gericht de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Door personen die worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen op een dergelijke manier te monitoren kunnen mogelijke schadelijke gevolgen vroegtijdig worden onderkend en op de juiste wijze worden ondervangen door het nemen van de juiste maatregelen.

Paragraaf 5 van hoofdstuk 4. van het Arbobesluit dat gaat over gevaarlijke stoffen en biologische agentia geeft hiervan een nadere uiteenzetting.

 

Vervoer van gevaarlijke stoffen
Samen met het Korps Landelijke Politiediensten (Politie te Water), Zeehavenpolitie Rotterdam en Rijkswaterstaat verrichtte de Inspectie Verkeer en Waterstaat begin september 2008 controles op het Schelde-Rijnkanaal en in de Rotterdamse havens. Gekeken werd naar de aanwezigheid van de juiste documentatie van containers met gevaarlijke lading. In totaal werden 74 schepen gecontroleerd, met in totaal 5.617 containers. In 39 gevallen werd proces-verbaal opgemaakt wegens diverse overtredingen van het ADN(R). Het nalevingsbeeld komt overeen met eerdere controles.
 
 
Gebreken geconstateerd bij gevaarlijke stoffen controles te Dordrecht
De Waterpolitie van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) heeft op 9,10 en 11 september 2008 gerichte controles verricht op het vervoer van gevaarlijke stoffen per binnenschip. Tijdens deze controles constateerde de waterpolitie het volgende:

 
Citterhaven Borsele
De politie ging op 9 september aan boord van een in de Citterhaven van Borssele afgemeerde tanker. Het schip was leeg maar voerde een kegel. Bij controle bleek dat geen ADN(R)-deskundige en geen bijgewerkt ADN(R) handboek aan boord was. Verder zagen de agenten dat drie tankpoorten open stonden waardoor gassen werden afgevoerd. Voor deze overtredingen werd proces-verbaal opgemaakt. Waarschuwingen waren er voor de verlopen keuring van luchtflessen, verlopen meetbrief, vette platen in de machinekamer en een niet volledig ingevuld vaartijdenboek.
 
 
Dordtse Kil 
Op 10 september controleerde de Waterpolitie in de Dordtse Kil een bunkerboot die in de ladingzone allerlei colli met gevaarlijke stoffen vervoerde. Dit is volgens het ADN(R) verboden. Verder was het schip niet uitgerust met een bijboot. De schipper verklaarde tegenover de politie dat de bijboot er niet was, omdat hij anders geen uitzicht naar achter had. 

Dezelfde dag werd in de havens van Moerdijk een containerschip met twee kegels gecontroleerd. In verband met de aard van sommige gevaarlijke stoffen is voorgeschreven dat na het laden en een uur daarna met een giftigheidmeter en een explosiemeter gemeten wordt en dat de uitkomsten schriftelijk worden vastgelegd. Dit had de schipper vergeten. Verder ontbraken overal de asbakken en bij de toegang tot bijzondere ruimtes de stickers ‘verboden te roken’.
 
 
Hollands Diep
Op 11 september trof de Waterpolitie een containerschip aan op het Hollands Diep binnen de gemeente Moerdijk. Bij controle constateerde men dat er twee containers met gevaarlijke stoffen aan boord waren, maar dat er maar één op het stuwplan stond. Voor de vervoerde gevaarlijke stof was het verplicht een explosiemeter aan boord te hebben en de meetresultaten bij te houden een meetjournaal. De explosiemeter was niet aan boord. Voor deze overtredingen en het niet aan boord hebben van een meggertest (test van het electrische systeem aan boord) werd proces-verbaal opgemaakt. Waarschuwingen waren er voor het niet correct invullen van het vaartijdenboek en voor het ontbreken van twee brandblussers in de beschermde zone.
 
Ga naar boven