De sociale partners in de binnenvaart, Centraal Bureau Rijn- en Binnenvaart, Kantoor Binnenvaart, Vereniging Rijn en IJssel aan werkgeverszijde; CNV Bedrijvenbond en Nautilus International aan werknemerszijde, hebben een Arbocatalogus opgesteld ten behoeve van de werkgevers en werknemers in de binnenvaart.

Deze Arbocatalogus geeft informatie over de wettelijke bepalingen waaraan u als werkgever en/of werknemer moet voldoen. Door op de onderstreepte teksten te klikken gaat u naar voorbeelden en/of referentiemateriaal om het onderwerp te verduidelijken. Het referentiemateriaal omvat alles wat te maken heeft met oplossingen en middelen. De voorbeelden dienen als aanvullende informatie. Deze tekst, samen met het referentiemateriaal, vormt de Arbocatalogus.

In dit document worden de gevaren en risico’s bij het betreden van een besloten ruimte aan boord van binnenvaartschepen beschreven. In de binnenvaartbranche komt werken in besloten ruimten regelmatig voor. Men kan hierbij denken aan de controle van ladingtanks en ladingruimen voor het laden of na het lossen.

De wettelijke definitie van een besloten ruimte is als volgt: een besloten ruimte is een gesloten of deels open omgeving, met meestal een zeer kleine toegang die niet is ontworpen voor het verblijf van personen en waar werkzaamheden plaatsvinden die bepaalde risico’s met zich mee brengen, zoals verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie (VBVBE).Ter verduidelijking: open vaten waar de diepte gelijk of hoger is dan de diameter van dit vat of de omgeving boven of naast een mangat zijn al besloten ruimten.

Onder besloten ruimte wordt verder verstaan een ruimte waar niet voldoende ventilatie is, beperkte bewegingsvrijheid is, geen natuurlijke lichtinval plaats vindt en de toegang nauw en moeilijk begaanbaar is. Het zijn ruimtes waar gevaar voor Verstikking, Bedwelming, Vergiftiging, Brand en Explosie bestaat. Deze ruimtes worden ook wel ruimtes met VBVBE genoemd.

In deze Arbocatalogus worden voorbeelden beschreven van de te nemen maatregelen om een besloten ruimte veilig te kunnen betreden. Het doel van dit alles is ongevallen te voorkomen, of indien deze toch gebeuren, de gevolgen daarvan te beperken.

In het verleden hebben zich bij het betreden van en het werken in besloten ruimten aan boord van binnenvaartschepen helaas ongevallen voorgedaan. Als voorbeeld van hoe en waarom het verkeerd kan gaan verwijzen wij naar de volgende rapporten:


 

 

 

De in de inleiding aangehaalde rapporten tonen aan dat de risico’s van het betreden van en het werken in besloten ruimten in de binnenvaart nadrukkelijk aanwezig zijn. Denk hierbij aan o.a. het betreden van een voor- of achterpiek, een stuurmachine ruimte, een kofferdam en aan het openen van tanks tijdens een werfperiode. Ook in ruimen van droge ladingschepen waar door oxidatie of vergisting van de lading lage zuurstofconcentraties kunnen zijn, is het risico van verstikking aanwezig.

In een ruim waar lading is gestort kan door stofvorming een zodanige atmosfeer ontstaan dat het zuurstofpercentage te laag is. Ook de stofconcentratie kan - hoewel niet giftig - de ademhalingsorganen irriteren en de ademhaling belemmeren. Zo kan door oxidatie van de lading, bijvoorbeeld een ruim waar nog ladingresten van schroot aanwezig zijn, een te laag zuurstofgehalte ontstaan.

Boven een geopend mangat kunnen dampen van vluchtige stoffen opstijgen. Daardoor kan een persoon, die niet in de besloten ruimte aanwezig is, toch bedwelmd of vergiftigd raken.

Bij binnenvaartschepen kunnen ook bezoekers aan boord komen, bijvoorbeeld reparateurs, inspecteurs, etc. welke ook in besloten ruimten aan boord moeten zijn. Ook voor deze groep moet de veiligheid gewaarborgd zijn en dit vergt extra aandacht van de bemanning. Het is van groot belang rekening te houden met deze omstandigheden en dit goed vast te leggen. Daarom moeten er niet alleen procedures zijn die werken in besloten ruimten omvatten, maar ook maatregelen worden genomen die de gevaren voor VBVBE wegnemen.

Voorbeelden van besloten ruimten zijn:

  • Ladingtanks
  • Kofferdammen
  • Voor- en achterpieken
  • Zijbeunen / dubbele bodems
  • Brandstoftanks
  • Ladingruimen open of afsluitbaar, voor containers / stukgoed / bulk
  • Stuurmachineruimten


Afbeelding: ladingtank

 


Afbeelding: kofferdam



Afbeelding: zijbeun-dubbele bodem


De belangrijkste risico’s bij het betreden van een besloten ruimte aan boord van een binnenvaartschip zijn:
  • Onbekendheid met de stoffen die in de ruimte aanwezig zijn of hebben gezeten.
  • Verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosie.
  • Onderschatten van de gevaren van een besloten ruimte.
  • Niet, niet regelmatig of niet goed meten.
  • Defecten aan meetapparatuur.
  • De voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) niet gebruiken.


Onbekendheid met de stoffen die in de ruimte aanwezig zijn of hebben gezeten
Ladingpapieren zijn niet altijd in orde of niet duidelijk voor de bemanning. De werkgever heeft de taak om de opvarenden te informeren over de eigenschappen (ook de gevaarlijke) van de lading. Altijd navragen of/en wat voor product er in de ruimte kan zijn geweest en als het gaat om een ladingtank altijd de material safety data sheet (MSDS) of Veiligheidinformatiebladen (VIB’s) raadplegen. Productinformatiebladen geven te weinig informatie over het veilig omgaan met het betreffende product.

 
Verstikking
Oorzaken van verstikking kunnen zijn: zuurstofverbruik door reacties van stoffen, het verminderen van het zuurstofpercentage door corrosie, het verdringen van zuurstof en slechte of beperkte ventilatie. Ook in een ruim waar producten met natuurlijke componenten zoals rollen papier zijn opgeslagen kan een verminderd zuurstof- percentage voorkomen. Het vooraf meten van de omgeving en het goed ventileren geven zekerheid of een ruimte wel of niet betreden kan worden. Tijdens de werkzaamheden kan de toestand echter weer verslechteren, dus blijven meten is een must!

Het merendeel van de dodelijke ongevallen word veroorzaakt doordat mensen een besloten ruimte ingaan waarin, door de aanwezigheid van inerte gassen, een zuurstoftekort heerst.

Voor dit soort ruimten geldt het volgende:
  • Inerte gassen geven geen waarschuwing – de mens heeft geen zintuig dat waarschuwt tegen zuurstofgebrek
  • De lucht bevat normaal 20,9 % zuurstof maar word gevaarlijk als de zuurstofconcentratie beneden de 19,5 % komt.
  • Bij minder dan 10 % zuurstof raakt men zonder waarschuwing bewusteloos, treedt hersenletsel op en kan men binnen een paar minuten dood zijn, tenzij er direct reanimatie plaats vind.
  • Kortstondig inademen van stikstof of een ander inert gas veroorzaakt al directe bewusteloosheid, waarna de dood snel volgt.
  • Een hoog zuurstofgehalte, bijvoorbeeld tijdens of na lassen, veroorzaakt een verhoogd brandgevaar.
 
Bedwelming
Een ander woord voor bedwelming is versuffing. Dit is een situatie waar men door aanraking met een bepaalde stof tijdelijk gedeeltelijk of geheel het bewustzijn verliest. In een hoog risico situatie zoals het betreden van een besloten ruimte kan bedwelming leiden tot vallen, in aanraking komen met bewegende delen of het verlies van controle over de gereedschappen die men gebruikt. 
 
 
Vergiftiging
Of een stof vergiftigingsverschijnselen geeft of niet, hangt niet alleen van de stof zelf af. Vooral de dosis speelt een belangrijke rol. Hoeveel giftige stof het lichaam uiteindelijk opneemt hangt af van een aantal factoren:
  • De concentratie van de stof.
  • De duur van de besmetting.
  • Het oppervlak van de huid dat in aanraking is geweest met de gevaarlijke stof.
  • De plaats van aanraking in verband met de dikte van de huid.
  • De temperatuur: een hoge temperatuur veroorzaakt een snellere opname via de huid, omdat de poriën verder openstaan.
  • De zwaarte van het werk: zwaar werk veroorzaakt snellere en diepere ademhaling, waardoor meer gif kan worden ingeademd.
 
Brand en explosie
De mengverhouding van brandbare stof en lucht is van essentieel belang bij het ontstaan van een brand of explosie. Er is een minimale concentratie gas, damp, nevel of stof nodig om een explosie te kunnen veroorzaken. De minimale hoeveelheid die nodig is, noemen we de “onderste explosiegrens”, Lower Explosion Level ook wel aangeduid met de afkorting: LEL. Het veilig betreden van een besloten ruimte is alleen toegestaan wanneer de wettelijk bepaalde waarde van 10% van de onderste explosiegrens niet wordt overschreden. 

Let op dat door werkzaamheden in de ruimte die de temperatuur verhogen, de toestand van de mengverhouding zodanig kan veranderen dat de 10 % van de onderste explosie grens kan worden overschreden. 

 
Het onderschatten van de gevaren van een besloten ruimte
Zoals hierboven beschreven kan de informatie over stoffen in een opslag onvolledig zijn. Ook de reactie van stoffen en het verbruik van zuurstof door corrosie, bijvoorbeeld in een zijbeun en het onttrekken van zuurstof door roestvorming is een niet te onderschatten gevaar. Het volgen van de juiste veiligheidsprocedures kan door de werknemers veronachtzaamd worden; het gaat immers altijd goed. Vooraf goed nadenken over de situatie als het toch mis gaat kan onderschatting tegen gaan. Als voorbeelden noemen wij: te kleine doorgangen waardoor de toegang moeilijk is of waardoor een mogelijk noodzakelijke berging van een persoon nog moeilijker is. 

 
Niet, niet regelmatig of niet goed meten
Bij het juist meten hoort een gedegen kennis van de meetmethoden en de stoffen die worden vervoerd. Hoe is de opbouw van de tank? Moet er boven in de tank gemeten worden of juist op bodem niveau om een juiste uitlezing te krijgen? Is het de meter die afwijkt of zijn het de gemeten waarden die verkeerd worden geïnterpreteerd? Kortom, het meten en omgaan met meetapparatuur kan niet zonder opleiding en instructies en mag zeker niet door onbevoegden worden uitgevoerd. 

 
Defecten aan meetapparatuur
Meetapparatuur dient periodiek op aanwijzing van de fabrikant, gekeurd en gekalibreerd te worden. Ook de bijgeleverde gasbuisjes verlopen na een bepaalde tijd en dienen dan vervangen te worden. Is men hiervan aan boord voldoende op de hoogte?

Bij het gebruik van de meetapparatuur hoort ook het kunnen controleren of het instrument juist werkt. Indien men apparatuur niet regelmatig gebruikt kan de kennis hierover wegzakken en door gebrek aan ervaring kan men niet inschatten of de apparatuur juist werkt.

 

De voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) niet gebruiken
Zoals eerder aangegeven dient de werkgever te zorgen voor een zo goed mogelijk arbeidsomstandigheden beleid. Werknemers dienen veilig te werken. Dit houdt onder meer in dat de voorgeschreven PBM’s op de juiste manier moeten worden gebruikt en goed moeten worden onderhouden.

Voorbeelden van juist gebruik zijn:

  • Goed schoeisel waardoor de kans op uitglijden kleiner wordt.
  • Een vloeistofdichte overall dragen waar dit vereist is.
  • Zo veel waar mogelijk een helm dragen.
 
Overige gevaren
In besloten ruimte waar een beperkte bewegingsvrijheid is en door het ontbreken van natuurlijke lichtinval schemersituaties kunnen ontstaan, zijn de gevaren van elektrocutie, onbedoeld in aanraking komen met bewegende delen, vallen, uitglijden aanwezig. Ook vallende voorwerpen kunnen letsel tot gevolg hebben.
 

Inleiding
De Arbowet stelt dat een werkgever de nodige op de bedrijfsvoering gerichte maatregelen moet treffen om het werk veilig en gezond uit te kunnen voeren. Denk hierbij onder andere aan:

  • Zorgen dat de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen om de risico’s in besloten ruimten te kunnen voorkomen.
  • Het goed laten onderhouden en periodiek keuren van de aanwezige apparatuur, die wordt ingezet bij het betreden van besloten ruimten.
  • Het verstrekken van de juiste instructies over de gevaren van het betreden van besloten ruimten.
  • Het ter beschikking stellen van adequate persoonlijke beschermingsmiddelen aan de werknemers die de besloten ruimten moeten betreden.
De werknemers kunnen zich bekwamen door het volgen van opleidingen en de situaties geregeld aan boord te oefenen. Dit kan door situaties te simuleren zoals: 
  • Het meten van de luchtconcentraties in de te betreden ruimte voor en tijdens de werkzaamheden.
  • Het dragen van perslucht met luchttoevoer via een slang of het dragen van de perslucht met cilinders. Hiervoor is een medische verklaring nodig.
  • Een gewond of bewusteloos persoon uit een ruimte halen.
  • Inzien wat een besloten ruimte is met de bijbehorende gevaren. 

Het bekwamen omvat echter ook goed op de hoogte zijn van de gebruikersvoorschriften van de betreffende apparatuur en het juist kunnen interpreteren van de gegevens die op de apparatuur staan.

Voor de binnenvaart in het algemeen gelden de volgende regels en verwijzingen: 

De wettelijke voorschriften voor tankschepen zijn specifiek verwoord in de Arbeidsomstandighedenregeling hoofdstuk 4 Veiligheid tankschepen en gevaarlijke stoffen.Schepen van de tankvaartvloot welke onder het European Barge Inspection Scheme (EBIS) vallen worden extra gecontroleerd tijdens de jaarlijkse EBIS check. De controle op de juistheid en aanwezigheid van de procedures “betreden” en “gasvrijmaken” gebeurt aan de hand van de EBIS vragenlijst.

 

De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen bijstaan door een of meer werknemers die door hem zijn aangewezen en als deskundige volgens het ADN zijn opgeleid. Deskundig optreden houdt in elk geval in:

  • Het volgen van de juiste opleiding en herhalingscursussen bijwonen binnen de gestelde termijn.
  • Bekend zijn met het juiste gebruik van meetapparatuur.
  • Werken met geijkte en gecertificeerde meetapparatuur en het juist kunnen interpreteren van de metingen.
  • Het juist kunnen analyseren van de gegevens en kunnen adviseren over de te nemen maatregelen (ventileren, PBM, etc.).
Voordat een besloten ruimte veilig kan worden betreden dienen de volgende maatregelen te worden genomen:
  • Raadplegen ADN en arbeidsomstandighedenregeling
  • Raadplegen Veiligheidsinformatiebladen
  • Opstellen checklijst besloten ruimten
  • Beluchten en leidingen afkoppelen
  • Bewegende delen vastzetten / borgen
  • Gasmetingen
  • Communicatie en extra toezicht

 

Raadplegen ADN en arbeidsomstandighedenregeling
Voor het betreden van ruimte waar gevaarlijke stoffen in zijn (geweest) volgt u het ADN 7.1.3-7.2.3 algemene bedrijfsvoorschriften. Voor droge ladingschepen (7.1.3), voor tankschepen (7.2.3) en aanvullend het ADN 7.2.3.7 ontgassen van lege ladingtanks en het ADN 8.3 bemanningsvoorschriften. Raadpleeg tevens de Arbeidsomstandighedenregeling Hoofdstuk 4: Gevaarlijke stoffen paragraaf 4.1 art 4.1 t/m 4.15 veiligheid op, aan of in tankschepen. Daarnaast zijn er nog het Arbeidsinformatieblad AI-05 veilig werken in besloten ruimten en het Arbobesluit artikel 3.5g gevaar voor verstikking, bedwelming, vergiftiging of brand.

 

Raadplegen Veiligheidsinformatiebladen
Betrokken personen moeten zich eerst ervan overtuigen welk product er in de te betreden ruimte kan zijn of is geweest, raadpleeg de aanwezige Veiligheidinformatiebladen (VIB’s) of Material Safety Data Sheet (MSDS). Indien in de ruimte gevaarlijke gassen of stoffen zoals mineralen, giftige stoffen, zuren of logen, etc. zijn opgeslagen dan moeten deze gassen of stoffen eerst worden verwijderd. Als u de ruimte betreedt waar nog schadelijke gassen en/of product aanwezig zijn, volg dan de instructie over het meten.

 

Opstellen checklijst besloten ruimten
Voor het betreden van een besloten ruimte is te allen tijde een geldige werkvergunning in de vorm van een checklijst besloten ruimten, een bedrijfsformulier “toestemming betreden besloten ruimte” of een Veiligheids en Gezondheidsverklaring (V&G) model 10, 11, 12/1-12/2, 13/1-13/2, 20, 31, 32, 33, A/30, A/4 noodzakelijk.

 

Beluchten en leidingen afkoppelen
De besloten ruimte dient te worden belucht en indien nodig te worden gespoeld. Gedurende de werkzaamheden wordt de te betreden ruimte (natuurlijk of kunstmatig) geventileerd.


Afbeelding: Jo-Jo (dubbelzijdige afsluiting in de leiding)


Na het leeg maken moeten alle leidingen, die op de besloten ruimte zijn aangesloten, worden afgeblind door middel van een goed zichtbare Jo-Jo (dubbelzijdige afsluiting in de leiding), of zodanig worden losgekoppeld zodat geen gassen of stoffen vanuit de leidingen in de te betreden ruimte kunnen komen.


Afbeelding: Jo-Jo bak in leiding


De losgekoppelde leidinggedeelten mogen niet op eenvoudige wijze weer  vastgekoppeld kunnen worden. In het geval er geen Jo-Jo’s aanwezig zijn, moet men zich er op een andere manier van verzekeren dat er geen producten of gassen uit andere leidingen of compartimenten in de te betreden ruimte komen.


Afbeelding: blindflens

 

Vastzetten /borgen bewegende delen
Indien de besloten ruimte is voorzien van roerwerken of andere bewegende delen moet deze vrij geschakeld en vastgezet worden. Er moet worden gezorgd dat deze bewegende delen niet ongewild ingeschakeld kunnen worden. Dit kan bijvoorbeeld door het uitschakelen van een hoofdzekering.

 

Gasmetingen
Voordat een besloten ruimte kan worden betreden dienen er altijd gasmetingen gedaan te worden. Deze metingen worden door een deskundige (ADN 8.2 voorschriften voor de opleiding van de deskundigen) of een erkende gasdeskundige uitgevoerd. De gemeten waarden moeten worden genoteerd op een registratieformulier.

Er moet zijn vastgesteld dat:

  • De concentratie van brandbare gassen en dampen in de ruimte niet hoger is dan 10% van de onderste explosiegrens (Max 10% Lowest Explosion Level L.E.L).
  • De zuurstofconcentratie ligt tussen de 19,5 vol.% en 21 vol.%.
  • De concentratie van giftige gassen, dampen of stoffen niet hoger is dan de helft van de Mac-waarde (Grenswaarde) (voor Co niet groter dan 10ppm).

In de industrie is het gebruikelijk een zogenoemde ‘Entry-Tag” label aan de te betreden ruimte te hangen waarop de gemeten waarde en vrijgave staat vermeld. In de binnenvaart wordt dit soms ook gebruikt. 


Afbeelding: entry-tag (label)


De Entry-tag mag alleen door een gasdeskundige worden opgehangen; maar door iedereen die het niet vertrouwt worden weggehaald. Dit moet wel meteen doorgegeven worden aan de leidinggevende aan boord.

 

Communicatie en toezicht
Bovenstaande werkzaamheden mogen alleen uitgevoerd worden op een wijze dat men veilig de besloten ruimte kan betreden. De betrokken personen dienen bekwaam te zijn in de taken en afspraken die horen bij het betreden van besloten ruimten. De basis voor een goede communicatie is het vooraf maken van goede afspraken. Het houden van een evaluatie achteraf levert mogelijke verbeterpunten voor de volgende keer.

Wanneer er een persoon in een besloten ruimte aanwezig is waar geen gasvrijverklaring voor is afgegeven, echter na metingen wel veilig te betreden zijn dient er een tweede persoon bij de ingang aanwezig te zijn en twee personen in de onmiddellijke nabijheid. In het ADN 7.1.3.1.6; 7.1.3.1.7 en 7.2.3.1.6 praat men over “op roepafstand”, als er geen hijsinrichting aanwezig is. Indien er wel een hijsinrichting aanwezig is dan volstaat 1 persoon in de onmiddellijke nabijheid, of volgens ADN op roepafstand.

 

In een ruimte die vrij van gas is gegeven door een (erkende) deskundige en waarvoor een V&G verklaring of een ‘toestemming betreden besloten ruimte” is afgegeven hoeft men de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) niet te dragen als er inderdaad geen restanten van product meer aanwezig zijn. Wel dient men te allen tijde de meting te herhalen en te registreren.

Aanvullende maatregelen bestaan uit:

  • Ventilatie
  • Organisatorische maatregelen (mangatwacht)
  • Dragen van Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)
  • Gebruik van gereedschap (elektrisch) 

 

Ventilatie
Nadat is vastgesteld dat bovenstaande (aanvullende) maatregelen zijn genomen dient de ruimte gedurende de werkzaamheden (natuurlijk of kunstmatig) te worden geventileerd. Hierbij moet worden opgelet dat er geen hoeken in de ruimtes zijn die buiten de ventilatiestroom vallen en daardoor niet goed geventileerd worden.De ventilatie moet zodanig geschikt zijn dat de concentratie van gevaarlijke stoffen of dampen te allen tijde beneden de desbetreffende MAC waarden (Grenswaarde) blijven. Indien bovenstaande voorwaarden niet gegarandeerd kunnen worden dient er perslucht gebruikt te worden.

 

Organisatorische maatregelen (mangatwacht)
Bij werkzaamheden in besloten ruimte moet ten minste 1 persoon aanwezig zijn (mangatwacht) die belast is met het toezicht. Deze persoon is verantwoordelijk voor het nemen van noodzakelijke maatregelen en kan zo nodig direct hulp bieden zonder zelf de ruimte te betreden. Daarnaast kan hij voor mobilisatie zorgen.De mangatwacht is verantwoordelijk voor de communicatie met en de registratie van de personen in de besloten ruimte.Voordat personen in de besloten ruimte worden toegelaten overtuigt de mangatwacht zich ervan of deze ruimte gemeten is (gevaarlijke gassen en zuurstof ) en er een formulier “toestemming betreden besloten ruimte” is ingevuld met de meetresultaten en de handtekening van de persoon welke de metingen heeft uitgevoerd.

 
Gebruik van (elektrisch) gereedschap 
Alleen het voor de betreffende zone geschikt materiaal mag gebruikt worden; zie hiervoor de ADN constructievoorschriften:

 

Dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)
Tijdens het werken in een besloten ruimte dienen de algemene persoonlijke beschermingsmiddelen te worden gedragen. Dit zijn veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen; helm (als er gevaar is voor vallende voorwerpen), veiligheidsbril,beschermende kleding en handschoenen.


Afbeelding: helm met gelaatscherm en (niet verplicht, dus aanvullend, de neklap)




Afbeelding: chemiehandschoen met lange mouw


Afhankelijk van de stof welke in de besloten ruimte heeft gezeten en de aard van de uit te voeren werkzaamheden kunnen aanvullende PBM’s voorgeschreven worden, zoals:

  • Het dragen van een vloeistofdichte overall.
  • Het gebruiken van een veiligheidsharnas.
  • Het gebruiken van perslucht.
Wanneer visueel contact met de personen, welke werkzaam zijn in de besloten ruimte niet mogelijk is, dienen deze personen aangelijnd te zijn. Indien er gevaar voor vallen (Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16. Voorkomen valgevaar) aanwezig is, dienen zij voorzien te zijn van veiligheidsharnas.


Afbeelding: veiligheidsharnas


Wanneer optimale ventilatie niet mogelijk is en de kans op het vrijkomen van gevaarlijke dampen tot de mogelijkheden behoort, is het dragen van adembescherming verplicht. Deze adembescherming dient een van de buitenlucht onafhankelijke ademhalings-bescherming te zijn.


Afbeelding: adembescherming onafhankelijk van de buitenlucht


Volgelaatsmaskers zijn van de buitenlucht afhankelijke adembeschermingen. Hieronder staat een volgelaatsmasker afgebeeld met filterbussen waarbij de giftige bestanddelen uit de lucht worden gebonden dan wel vastgehouden..Deze maskers mogen in een besloten ruimte niet worden gebruikt. Volgelaatsmaskers kunnen dus alleen aan dek gebruikt worden; bijvoorbeeld bij aan en afkoppelen boven een kuip. Dit ter voorkoming van bedwelming van de betrokken personen. Er moet wel op worden gelet dat de kleurcode van het adembeschermingsfilter geschikt is voor het betreffende product.


Afbeelding: volgelaatsmasker met filterbus met kleurcode
 
Ga naar boven