Op binnenvaartschepen kunnen we een groot aantal arbeidsmiddelen tegenkomen, variërend van eenvoudig hand- en of elektrisch aangedreven gereedschap, tot kleine en grote machines die elektrisch, pneumatisch of hydraulisch zijn aangedreven. Ook kunnen er soms derden, zoals onderhoudsmonteurs aan boord komen met hun eigen gereedschap en uitrusting. De Arbowet eist dat door alle betrokkenen rekening wordt gehouden met de gevaren van deze arbeidsmiddelen. Met het uitvoeren van de branche specifieke risico inventarisatie en evaluatie Binnenvaart kunt u preventieve maatregelen in kaart brengen. Met het toepassen van deze maatregelen worden de risico’s die de arbeidsmiddelen kunnen opleveren zoveel mogelijk te beperkt. 
Volgens de Arbowet (artikel 1.3.h) zijn arbeidsmiddelen “alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, installaties, apparaten en gereedschappen”. Er wordt geen onderscheid gemaakt over de herkomst van de arbeidsmiddelen en wie de eigenaar is. Indien een arbeidsmiddel voor de arbeid wordt gebruikt of als het op de arbeidsplaats gebruiksklaar beschikbaar is, valt het onder andere onder de regelgeving van de Arbowet. Maar ook andere wetgeving kan hierbij van toepassing zijn, zoals de Warenwet.

De werkgever is volgens de Arbowet verantwoordelijk voor:
  • Het algemene beleid gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden.
  • Het aan de werknemers verstrekken van arbeidsmiddelen die voldoen aan de Europese Machinerichtlijn.
  • Het aan de werknemers verstrekken van arbeidsmiddelen die voldoen aan de op dat arbeidsmiddel van toepassing zijnde Warenwetbesluiten. In de deze besluiten wordt meestal verwezen naar de Europese Richtlijnen.
  • Het geven van doelmatige instructie. Indien aan boord werknemers aanwezig zijn die geen of onvoldoende Nederlands verstaan moet de werkgever voor een doelmatige vertaling van deze handleiding zorgen
  • Maatregelen nemen om zoveel mogelijk de risico’s van het werken met deze arbeidsmiddelen weg te nemen of te beperken.
  • De bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen zoveel mogelijk aan de persoonlijke (lichamelijke) eigenschappen van de werknemers aan te passen.
Speciale aandacht gaat uit naar oudere arbeidsmiddelen (voor 1995). Hoe hiermee om te gaan is opgenomen in een bijlage instructies oudere arbeidsmiddelen in de Binnenvaart.

Een werkgever zal, voor hij arbeidsmiddelen laat gebruiken, de specifieke risico’s hiervan (laten) inventariseren. Het beste kan de werkgever hiervoor gebruik maken van de door de leverancier/fabrikant meegeleverde gebruiksinstructies.

De werknemers zijn verantwoordelijk voor het naleven en opvolgen van de instructies en maatregelen van de werkgever en het juiste en veilige gebruik van de arbeidsmiddelen, zodat zij zichzelf en anderen niet in gevaar brengen (zie bijvoorbeeld de veiligheidsinstructiekaart). Tevens mogen werknemers de op/aan de arbeidsmiddelen aangebrachte beveiligingen niet veranderen of weg halen (zie Arbowet artikel 11 onder cDe arbeidsmiddelen dienen op de juiste (dat wil zeggen volgens de door fabrikant/leverancier voorgeschreven) wijze te worden gebruikt.

In dit document wordt eerst een overzicht gegeven van de gevaren die bij het gebruik van arbeidsmiddelen aan boord van schepen kunnen optreden. In de documenten, waarnaar in dit algemene gedeelte wordt verwezen, vindt u de handleiding hoe preventief te handelen om de gevaren van het werken met machines en arbeidsmiddelen te beperken. Het is daarom noodzaak om zoveel mogelijk deze risico’s in kaart te brengen, onder andere als onderdeel van een RI&E. Hierin worden deze arbeidsmiddelen aan boord benoemd en de risico’s bij gebruik aangegeven.

Daarnaast geeft dit onderdeel van de Arbocatalogus een toelichting op de wettelijke bepalingen, waaraan u als werkgever en/of werknemer moet voldoen. Door op de onderstreepte teksten te klikken gaat u naar voorbeelden en/of informatie om het onderwerp te verduidelijken en omvat alles wat te maken heeft met oplossingen en middelen. Deze documenten, vormen samen met de aanvullende informatie de Arbocatalogus.
In de branchespecifieke risico inventarisatie en evaluatie voor de binnenvaart wordt in het algemeen ingegaan op de mogelijk aan boord aanwezige arbeidsmiddelen en de preventieve maatregelen die men moet treffen.

Voor het inschatten van de gevaren bij het werken met arbeidsmiddelen onder specifieke omstandigheden kan men onderstaande geheugensteun gebruiken:


Herkennen van gevaren bij werken met arbeidsmiddelen:

  • Heb ik wel het meest doelmatige gereedschap uitgekozen?
  • Weet ik hoe dit gereedschap werkt?
  • Ken ik de gebruikshandleiding?
  • Ben ik wel lichamelijk instaat om (nu) met dit gereedschap te werken?

De risico’s zijn te verdelen en herkennen in:


Bij het beperken van arbeidsrisico’s staat de mens vaak centraal. Meer dan 80% van de ongevallen wordt veroorzaakt door menselijk falen. Ook omgevingsfactoren en de specifieke gevaren van de arbeidsmiddelen spelen een grote rol en moeten goed in kaart gebracht zijn. 

De definitie van het begrip arbeidsmiddelen in het Arbobesluit artikel 7.2 is gekoppeld aan de Europese Machinerichtlijn nr. 2006/42/EG. Deze richtlijn is in de Nederlandse wetgeving ondergebracht via de Warenwet in het Warenwetbesluit Machines. De soms nog in handleidingen gebruikte verwijzing naar de Wet Gevaarlijke Werktuigen is daarmee achterhaald. 

Tevens omschrijft de Europese Machinerichtlijn het begrip gevaarlijke zone: als elke zone in en/of rondom een arbeidsmiddel, waar de aanwezigheid van een werknemer gevaar voor zijn/haar veiligheid of gezondheid oplevert.

Bij de keuze van de arbeidsmiddelen die hij laat gebruiken houdt de werkgever rekening met de arbeidsomstandigheden, de specifieke kenmerken van de arbeid en de in de onderneming en/of inrichting - vooral op de werkplek - bestaande risico’s voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers en/of de risico’s die daaraan verbonden zijn.

Wanneer het niet mogelijk is de veiligheid en de gezondheid van de werknemers bij het gebruik van arbeidsmiddelen volledig te waarborgen, treft de werkgever passende maatregelen om de risico’s tot een minimum te beperken.
De werkgever neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de arbeidsmiddelen door regelmatig en efficiënt onderhoud tijdens de gehele gebruiksduur in zodanige staat worden gehouden dat zij voldoen aan de wettelijke eisen.

Arbeidsmiddelen met een specifiek gevaar
Wanneer het gebruik van een arbeidsmiddel een specifiek gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers kan opleveren, neemt de werkgever de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:
  • Het betreffende arbeidsmiddel slechts wordt gebruikt door werknemers die met dat gebruik belast en voldoende deskundig zijn.
  • Dat werknemers die werkzaamheden (aan een arbeidsmiddel) moeten uitvoeren in geval van reparatie, ombouw, onderhoud of verzorging daarvoor voldoende deskundig zijn
  • De informatie en de gebruiksaanwijzingen moeten voor de betrokken werknemers begrijpelijk zijn. Dit houdt onder meer in dat het nodig kan zijn om van de gebruiksvoorschriften een vertaling te maken.
In het Arbobesluit Hoofdstuk 7 “arbeidsmiddelen en specifieke werkzaamheden” staan algemene voorschriften over de arbeidsmiddelen beschreven in de artikelen 7.1 t/m 7.23 In de artikelen 7.24 t/m 7.30 over het laden en lossen van schepen. 
Om risico’s aan te kunnen pakken en zoveel mogelijk de gevolgen van die risico’s te beperken moeten deze eerst herkend worden. Om dit aan boord in kaart te brengen moeten regelmatig observaties gehouden worden. Het doel van deze observaties is de onveilige handeling of onveilige situatie te ontdekken en aan te pakken. Het is aan te bevelen de veiligheidsobservaties bij het werken met arbeidsmiddelen regelmatig uit te voeren. De meeste ongevallen met arbeidsmiddelen worden veroorzaakt door menselijk falen.
 
Voorbeelden van menselijk falen zijn:
  • Niet op de hoogte zijn van de risico’s van het werk (niet weten).
  • Niet in het bezit zijn van de nodige vakkennis (niet weten).
  • Bedrijfsblindheid, door gewenning het gevaar onderschatten (wel weten, niet toepassen).
  • Onvoldoende ervaring (niet kunnen).
  • Niet beschikken over de juiste middelen (niet kunnen).
  • Onvoldoende tijd krijgen om het werk zorgvuldig te doen (niet kunnen).
  • Op de hoogte zijn van de veiligheids­regels, maar ze “overdreven” vinden (niet willen).
  • Stoer gedrag (niet willen).
  • Gewoonte, er is al jaren zo gewerkt en het ging altijd goed (niet willen veranderen).
Bij het werken met arbeidsmiddelen is er voor zowel werkgevers als werknemers een taak weggelegd om bij het gebruik van arbeidsmiddelen rekening te houden met:
  • Middelen
  • Mogelijkheid
  • Mentaliteit
  • Werkplek
 
Middelen
Hieronder verstaan we alle benodigde materialen, diensten en procedures die betrekking hebben op het veilig werken met arbeidsmiddelen. Speciale aandacht verdienen bij de uitrusting van het schip horende onder de richtlijn 2006/42/EG vallende (mobiele) arbeidsmiddelen zoals een elektrische luikenwagen. Hierbij moet rekening te worden gehouden met aspecten zoals:
  • Bedieningsplaatsen
  • Motor/aandrijving
  • Buiten gebruik stellen
Autokranen zijn in dit kader ook arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats en vallen daardoor gewoon onder het zelfde regiem als hijskranen ten behoeve van de lading. In de per 1/1/2011 ingetrokken beleidsregel 7.3-3 is daarover het volgende opgenomen: bij gebruik van hijskranen voor stukgoed moeten deze zo zijn uitgerust dat bij het aanlopen van de hijs de stroppen, lengen of kettingen niet ongewild uit de haak kunnen raken (bijvoorbeeld d.m.v. een klephaak = met veer geborgde klep).

Sommige binnenschepen hebben tevens een hijskraan aan boord voor laden en lossen. Dat kunnen containerkranen zijn, maar ook proviandkranen op passagiersschepen, of grijperkraantjes op beunschepen.

Bij gebruik van vacuüm of pneumatisch hijs- of hefgereedschap moet zorg gedragen worden dat personen nimmer onder de last kunnen komen. Indien dit onvoldoende geborgd kan worden moet de hijshoogte beperkt worden tot maximaal 1,5 meter

Het oneigenlijke gebruik van hijswerktuigen zoals bijvoorbeeld het verhalen van het schip of het hijsen van personen met behulp van de kraan is niet toegestaan.

In het geval van het gebruik van hijs- en hefwerktuigen zijn er nog de volgende aspecten waar rekening mee dient te worden gehouden:
  • Gevaren door de last
  • CE gemarkeerde (red: externe link) en daarna periodiek gekeurde hijsgereedschappen
  • Deskundigheid werknemers
 
Gevaren door de last
In het Arbobesluit vinden we in artikel 7.26 het volgende:
  1. Het opslaan of overslaan, laden of lossen, stuwen of anderszins verwerken van goederen of materialen op de kade, in loodsen of in het schip, geschiedt op veilige en ordelijke wijze, rekening houdend met de aard van die goederen of materialen en de verpakking daarvan.
  2. Lasten worden niet opgelicht of neergelaten, tenzij zij op veilige wijze aan het hijs- of hefwerktuig zijn aangeslagen of anderszins bevestigd.
Wat betekent dit in de praktijk?
  • Containers alleen hijsen met speciaal daarvoor bedoeld hijsgereedschap, zoals container spreaders. Het gebruik van viersprongen bij behandeling van 20’ containers wordt afgeraden. Bij 40’ containers kan het hijsen met behulp van viersprongen tot vervorming van de container leiden.
  • Het aanslaan van de last aan de bindmiddelen is verboden tenzij de fabrikant dit bindmiddel hiervoor aangepast heeft. Als voorbeeld kan cellulose genoemd worden. Deze circa 1800 Kg wegende units mogen aan de binddraden gehesen worden, indien het door de fabrikant aangegeven hijsgereedschap gebruikt wordt.
  • De tophoek tussen de diagonale spruiten van een twee of viersprong mag nooit groter zijn dan 120º.
  • Bedenk dat bij een viersprong in het meest ongunstige geval slechts twee spruiten dragen. Een viersprong met vier kettingen met een veilige werkbelasting van elk 5 ton mag maximaal gebruikt worden voor een last van 10 ton.
  • Bij het gebruik van pneumatisch of magnetisch hefgereedschap moet onder geen beding de kans bestaan dat over personen gehesen wordt. Bij ook maar de geringste kans dat personen onder de last staan of lopen moet de gehele zone waarover gehesen wordt, worden afgezet. Of de hijs wordt op een maximale hoogte van 1,5 m boven de kade, dek of vloer verplaatst.
  • Bij het hijsen van lasten met een groot volume of een groot oppervlak moet rekening gehouden worden dat deze lasten meer windgevoelig zijn dan kleine lasten met een gelijke massa(gewicht). Bijvoorbeeld bij het hijsen van damwanden zou het hijsen gestaakt moeten worden bij een lagere windkracht dan aanbevolen door de fabrikant van de hijskraan., Hierbij speelt de ervaring van de kraanmachinist een belangrijke rol.
  • In artikel 7.30 van het Arbobesluit staat vermeld dat op stukken zwaarder dan 1000Kg het gewicht moet zijn aangegeven. Op containers is meestal alleen de maximale belading aangegeven. In de praktijk wil het echter nog wel eens gebeuren dat verladers een container overbeladen. Het is verstandig om zeker bij containeroverslag alleen hijskranen met een lastindicator te gebruiken. Er zijn gevallen bekend van overbeladen containers die met een 60 tons containerkraan aan boord geplaatst werden en die in de loshaven te zwaar bleken voor de havenkraan ter plaatse. Dit leverde de rederij grote kosten op. Ook het uit elkaar vallen van de container kan een gevolg zijn van overbelading.  
Aan hijskranen, hijsgereedschap en de kraanmachinist worden hoge technische, dan wel opleidingseisen gesteld. De zwakke schakel wordt vaak gevormd door de werknemer die de last aanslaat. Een werkgever moet zich realiseren dat ook voor het aanpikken van een last een zekere deskundigheid nodig is. Zomaar een willekeurige uitzendkracht lasten laten aanslaan kan tot ernstig ongelukken leiden!

 
CE gemarkeerde en daarna periodiek gekeurde hijsgereedschappen
Hijsgereedschappen (lees hulpstukken tussen hijskraan en last) moeten na aanschaf (met CE markering) tenminste eenmaal per jaar door een deskundige onderzocht worden, en zo nodig beproefd worden. Bij staaldraad kan veelal volstaan worden met een visuele beoordeling door de deskundige. Nylon stroppen en hijsbanden kunnen niet getrokken worden en moeten door een deskundige op uiterlijke beschadigingen beoordeeld worden en bij enige twijfel afgekeurd en vernietigd worden.

Het gebruik van niet CE gemarkeerd hijsgereedschap inclusief, kettingen, staaldraadstropen, enzovoort is niet toegestaan bij hijswerkzaamheden. Het is aan te bevelen regelmatig te controleren of op het schip niet van een CE-markering voorzien, dan wel niet tijdige gekeurd hijsgereedschap aanwezig is, dat soms overblijft na laad- en loswerkzaamheden.
 
 
Mogelijkheid
Hier onder verstaan we de mogelijkheden die de werkgever biedt om aandacht te besteden aan veiligheid. Tijd is hierbij een belangrijke schakel. Zowel de tijd om werk veilig uit te mogen voeren, als de tijd die nodig is voor het houden van werkplekobservaties en werkoverleg, zullen ingecalculeerd moeten worden.
 
 
Mentaliteit
Behalve middelen en mogelijkheden zal er ook de juiste mentaliteit moeten zijn om veilig omgaan met arbeidsmiddelen in de praktijk te brengen. Respect voor elkaar, openheid, eerlijkheid en begrip zijn dan ook van wezenlijk belang. Voor leidinggevenden is het vooral erg belangrijk om consequent te zijn en zelf het goede voorbeeld te geven.
De leidinggevende (schipper) speelt een voorname rol in het kweken van een goede mentaliteit op het gebied van veiligheid. Het is belangrijk dat op de naleving van gegeven voorschriften ook controle wordt gehouden.

Indien bovenstaande punten goed worden geregeld is de kans op menselijk falen bij het werken met arbeidsmiddelen al voor een groot gedeelte beperkt

De organisatie speelt een belangrijke rol bij het correcte gebruik van de juiste arbeidsmiddelen. Vanuit de organisatie dient met de volgende aspecten rekening te worden gehouden:
  • Inkoop
  • Bestelling/aankoop
  • Reiniging
  • Onderhoud en reparatie
  • Zelfbouw
Een voorbeeld van zelfbouw is het uit losse (CE gemarkeerde) onderdelen een maken van een viersprong. Is dit het geval, dan moet de betreffende werkgever zelf een (nieuwe) EG verklaring van overeenstemming opstellen. Volgens het Warenwetbesluit machines is de werkgever in een dergelijk geval zelf fabrikant geworden met alle daarbij behorende verantwoordelijkheden en verplichtingen. Een uitzondering hierop kan overigens worden gemaakt indien deze onderdelen door één en de zelfde fabrikant geleverd zijn.
 
 
Werkplek 
De inrichting van de werkplek draagt in hoge mate bij aan een veilig gebruik van arbeidsmiddelen. Bij het inrichten van de werkplek en het gebruiken en opstellen van arbeidsmiddelen dient zo veel mogelijk rekening gehouden te worden met de onderstaande aspecten. Dit geldt ook als er sprake is van een tijdelijke arbeidsplaats, zoals vaak met verplaatsbare arbeidsmiddelen het geval is. Als hulpmiddel is een checklijst inrichting werkplek aanwezig:
  • Opstelling
  • Bediening
  • Gevaren bij grondstoffen
  • Mechanische gevaren (denk aan knelgevaar of het gevaar gegrepen te worden door draaiende delen!!)
  • Straling (Infrarood, Ultraviolet of zelfs bij sommige meetapparaten radioactieve straling)
  • Valgevaren ( denk hierbij speciaal aan het gebruik van mechanisch aangedreven handgereedschap bij het werk op hoogte
  • Thermische gevaren (aanraking met hete delen)
  • Trillingen
  • Schadelijke stoffen
  • Brand/explosiegevaar
  • Starten/stoppen
  • Beveiligingen
  • Elektrische gevaren
  • Microbiologische gevaren (in aanraking komen met bacteriën, schimmels, virussen)
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen die nodig zijn 
 
Deskundigheid werknemers
Voor het bedienen van hijswerktuigen geldt de verplichting dat dit alleen wordt opgedragen aan personen met een door de werkgever getoetste specifieke deskundigheid. Personen onder de 18 jaar mogen dit soort werk alleen verrichten in het kader van hun opleiding en onder strikt direct en voortdurend toezicht van een begeleider die ouder is dan 18 jaar en die tevens voldoende deskundig is.

Hijswerk moet onder deskundig toezicht gebeuren. Als de kraandrijver de gehele vlucht van de last niet kan overzien moet hij bijgestaan worden door een reepgast of signaalman. Als bij hijswerk over de toegang tot het schip gedraaid moet worden dient het hijswerk gestaakt te worden zolang er personen onder of nabij de hijs aanwezig kunnen zijn. Er mag nooit over verblijven of cabines van vrachtwagens gehesen worden

Op het gebied van veiligheid bij het gebruik van arbeidsmiddelen zijn regelmatige inspecties en toezicht op het juiste gebruik noodzakelijk. Gevaaraanduidingen bij de arbeidsmiddelen met behulp van pictogrammen zijn veelal wettelijk verplicht en gestandaardiseerd. Zij zorgen ervoor dat het begrip en de alertheid van de gebruiker wordt verhoogd.
 
Iedereen die aan boord van schepen werkt weet dat goed zeemanschap verlangd wordt bij het uitvoeren van de taken die bij het werk horen. Niemand zit te wachten op een ongeval en de daarbij horende schade en / of letsel. Toch tonen onderzoeken aan boord door de Arbeidsinspectie en het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) van de laatste jaren aan dat het in de praktijk brengen van het begrip goede zeemanschap soms te wensen overlaat.

Bij een ongeval spelen schuld of opzet volgens het Arbobesluit geen rol. Als er sprake is van grove schuld of aantoonbare opzet kan, na overleg met de Officier van Justitie, vervolging op basis van het wetboek van Strafrecht plaatsvinden. Ook als een werknemer door eigen roekeloos gedrag een arbeidsongeval krijgt, is de werkgever verantwoordelijk, aldus een uitspraak van de Raad van State.

 
Fouten van werknemers - jurisprudentie voor toekomstige zaken
Ook al is een ongeval veroorzaakt door een fout van de werknemer, waarbij aantoonbaar sprake is van roekeloos gedrag dan blijft de werkgever hoofdverantwoordelijke.
 
 
Voorbeeld
Tijdens stagnatie van de werkzaamheden was een werknemer even op een stilstaande transportband gaan zitten. Toen deze begon te lopen kwam de werknemer met zijn hand in aanraking met de aandrijfrol van de de transportband. De werknemer had “slechts” schaafwonden. Bij de reconstructie van dit incident is een voorman in dezelfde houding als het slachtoffer van het eerste incident nabij de aandrijfrol van de transportband gaan zitten, raakte vervolgens bekneld en verloor een paar vingertoppen.

Zowel tijdens het eerste incident als tijdens de nabootsing daarvan hebben de werknemers volgens het bedrijf in kwestie roekeloos gehandeld door hun hand in de transportband te steken, wat verboden is en niet tot de dagelijkse werkzaamheden behoort. Uit onderzoek door de Arbeidsinspectie is gebleken dat het in feite ook mogelijk was voor werknemers om vanuit staande houding in aanraking te komen met de bewegende aandrijfrol van de transportband.

Volgens de Raad van State doen schuld of opzet niets af aan de verantwoordelijkheid van de werkgever bij een bedrijfsongeval. De Raad van State volgt niet de stelling dat artikel 7.7, eerste lid, van het Arbo-besluit zo moet worden uitgelegd dat deze verplichting alleen geldt bij aanwezig gevaar in geval van normale uitvoering van de opgedragen werkzaamheden.

Wel wordt in dit soort gevallen, waarbij het slachtoffer door eigen schuld en in strijd met de hem bekende regels heeft gehandeld, bij de strafoplegging aan de werkgever hiermee rekening gehouden.

Uit gezamenlijk onderzoek van de Arbeidsinspectie en andere diensten in de binnenvaart is gebleken dat de staat van onderhoud van arbeidsmiddelen (bijvoorbeeld het onvoldoende onderhoud van de borgpennen van autokranen) en zeer zeker het werken met koppellieren en koppeldraden in de duwvaart als belangrijke oorzaken van ongevallen zijn te beschouwen.

Een vergelijkbare uitkomst kwam naar voren uit een gericht inspectie project in de binnenvaart naar:
  • Een veilige en ordelijke arbeidsplaats.
  • Het beschikbaar stellen en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • De veiligheid van arbeidsmiddelen.
In vrijwel alle gevallen betroffen de geconstateerde tekortkomingen het niet of onvoldoende afgeschermd zijn van bewegende delen in de machinekamer. Deze delen moet zo afgeschermd zijn dat niemand zijn hand er tussen kan steken. Ook het onderhoud aan arbeidsmiddelen (autokranen) bleek in enkele gevallen onvoldoende.

Gevaarlijke situaties dienen duidelijk gemarkeerd te zijn met een pictogram dat het gevaar aanduid. Een dergelijke signalering ontslaat zowel de werkgever als werknemer niet van zijn/haar plicht om zorg te dragen voor een veilige werksituatie. 
 
Ga naar boven