In een ruimte die vrij van gas is gegeven door een (erkende) deskundige en waarvoor een V&G verklaring of een ‘toestemming betreden besloten ruimte” is afgegeven hoeft men de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) niet te dragen als er inderdaad geen restanten van product meer aanwezig zijn. Wel dient men te allen tijde de meting te herhalen en te registreren.

Aanvullende maatregelen bestaan uit:

 

Ventilatie
Nadat is vastgesteld dat bovenstaande (aanvullende) maatregelen zijn genomen dient de ruimte gedurende de werkzaamheden (natuurlijk of kunstmatig) te worden geventileerd. Hierbij moet worden opgelet dat er geen hoeken in de ruimtes zijn die buiten de ventilatiestroom vallen en daardoor niet goed geventileerd worden.De ventilatie moet zodanig geschikt zijn dat de concentratie van gevaarlijke stoffen of dampen te allen tijde beneden de desbetreffende MAC waarden (Grenswaarde) blijven. Indien bovenstaande voorwaarden niet gegarandeerd kunnen worden dient er perslucht gebruikt te worden.

 

Organisatorische maatregelen (mangatwacht)
Bij werkzaamheden in besloten ruimte moet ten minste 1 persoon aanwezig zijn (mangatwacht) die belast is met het toezicht. Deze persoon is verantwoordelijk voor het nemen van noodzakelijke maatregelen en kan zo nodig direct hulp bieden zonder zelf de ruimte te betreden. Daarnaast kan hij voor mobilisatie zorgen.De mangatwacht is verantwoordelijk voor de communicatie met en de registratie van de personen in de besloten ruimte.Voordat personen in de besloten ruimte worden toegelaten overtuigt de mangatwacht zich ervan of deze ruimte gemeten is (gevaarlijke gassen en zuurstof ) en er een formulier “toestemming betreden besloten ruimte” is ingevuld met de meetresultaten en de handtekening van de persoon welke de metingen heeft uitgevoerd.

 
Gebruik van (elektrisch) gereedschap 
Alleen het voor de betreffende zone geschikt materiaal mag gebruikt worden; zie hiervoor de ADN constructievoorschriften:

 

Dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)
Tijdens het werken in een besloten ruimte dienen de algemene persoonlijke beschermingsmiddelen te worden gedragen. Dit zijn veiligheidsschoenen of veiligheidslaarzen; helm (als er gevaar is voor vallende voorwerpen), veiligheidsbril,beschermende kleding en handschoenen.


Afbeelding: helm met gelaatscherm en (niet verplicht, dus aanvullend, de neklap)




Afbeelding: chemiehandschoen met lange mouw


Afhankelijk van de stof welke in de besloten ruimte heeft gezeten en de aard van de uit te voeren werkzaamheden kunnen aanvullende PBM’s voorgeschreven worden, zoals:

Wanneer visueel contact met de personen, welke werkzaam zijn in de besloten ruimte niet mogelijk is, dienen deze personen aangelijnd te zijn. Indien er gevaar voor vallen (Arbeidsomstandighedenbesluit 3.16. Voorkomen valgevaar) aanwezig is, dienen zij voorzien te zijn van veiligheidsharnas.


Afbeelding: veiligheidsharnas


Wanneer optimale ventilatie niet mogelijk is en de kans op het vrijkomen van gevaarlijke dampen tot de mogelijkheden behoort, is het dragen van adembescherming verplicht. Deze adembescherming dient een van de buitenlucht onafhankelijke ademhalings-bescherming te zijn.


Afbeelding: adembescherming onafhankelijk van de buitenlucht


Volgelaatsmaskers zijn van de buitenlucht afhankelijke adembeschermingen. Hieronder staat een volgelaatsmasker afgebeeld met filterbussen waarbij de giftige bestanddelen uit de lucht worden gebonden dan wel vastgehouden..Deze maskers mogen in een besloten ruimte niet worden gebruikt. Volgelaatsmaskers kunnen dus alleen aan dek gebruikt worden; bijvoorbeeld bij aan en afkoppelen boven een kuip. Dit ter voorkoming van bedwelming van de betrokken personen. Er moet wel op worden gelet dat de kleurcode van het adembeschermingsfilter geschikt is voor het betreffende product.


Afbeelding: volgelaatsmasker met filterbus met kleurcode